ECLI:NL:PHR:2019:900

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2019
Publicatiedatum
17 september 2019
Zaaknummer
16/05815
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 lid 3 SvArt. 359 lid 8 SvArt. 365a lid 2 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken van motivering in arrest en processtukken

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld tot een taakstraf van veertig uren wegens bedreiging en eenvoudige belediging gericht tegen een ambtenaar.

Namens verdachte werd cassatie ingesteld, waarbij een middel werd voorgesteld dat klaagt over het ontbreken van het uitgewerkte proces-verbaal van de terechtzitting, de pleitnota en de noodzakelijke aanvulling op het arrest. Het hof heeft aan de Hoge Raad bericht dat deze stukken niet zijn opgemaakt omdat het cassatieberoep te laat zou zijn ingesteld.

De Hoge Raad oordeelt echter dat het cassatieberoep tijdig is ingediend, mede op basis van de verzendtheorie bij faxverzending, en dat het ontbreken van de motivering in het arrest en de processtukken leidt tot nietigheid van het arrest. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep.

Daarnaast wordt in de conclusie aandacht besteed aan de technische aspecten van faxverzending, waarbij tijdsverschillen in stempels op faxberichten worden toegelicht aan de hand van handmatig ingestelde klokken in faxapparaten versus serverfaxsoftware die nauwkeuriger werkt.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens ontbreken van motivering en processtukken.

Conclusie

Nr. 16/05815
Zitting: 27 augustus 2019
Mr. D.J.C. Aben
Aanvullende conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, heeft bij arrest van 10 november 2016 de verdachte ter zake van 1. "
bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat, meermalen gepleegd" en 2. "
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren.
2. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld, dat – naar de Hoge Raad bij tussenarrest van 5 februari 2019 heeft geoordeeld – ontvankelijk is. Namens de verdachte heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, een middel van cassatie voorgesteld, en dit bij schriftuur en aanvullende schriftuur die zowel per gewone post als per faxmodem is verzonden. [1]
3. Het
middelklaagt over het ontbreken van het (uitgewerkte) proces-verbaal van de terechtzitting van 27 oktober 2016, de pleitnota die bij deze gelegenheid is voorgedragen, alsook de aanvulling op het verkorte arrest in het aan de Hoge Raad toegezonden dossier.
4. Die klacht is terecht voorgesteld. Hoewel de strafgriffie van de Hoge Raad bij brief van 20 september 2017 bij de griffier van het hof de desbetreffende stukken heeft opgevraagd, heeft een griffier van het hof bij brief van 10 juli 2017, die per fax van 18 oktober 2017 is verzonden aan de strafgriffie van de Hoge Raad, laten weten dat die stukken niet zullen worden uitgewerkt omdat het cassatieberoep te laat zou zijn ingesteld. Zoals gezegd heeft de Hoge Raad daarentegen geoordeeld dat moet worden aangenomen dat het cassatieberoep tijdig is ingediend.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Terzijde merk ik het volgende op. Met het door de Hoge Raad –