Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Rotterdam en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad op 27 augustus 2019 geconcludeerd dat het cassatieberoep in eerste instantie verworpen zou moeten worden. Echter, uit een officieel document van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond is gebleken dat de verdachte op 9 juli 2019 is overleden.
Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt door het overlijden van de verdachte het recht tot strafvordering. Dit betekent dat de strafprocedure niet langer kan worden voortgezet. De Procureur-Generaal adviseert daarom de Hoge Raad om de bestreden uitspraken van het gerechtshof Den Haag en de rechtbank Rotterdam te vernietigen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.
De conclusie leidt ertoe dat de strafzaak wordt beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de ten laste gelegde feiten, vanwege het ontbreken van een verdachte die vervolgd kan worden.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens overlijden van de verdachte.