ECLI:NL:PHR:2019:902

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 augustus 2019
Publicatiedatum
17 september 2019
Zaaknummer
18/00043
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring vervolging wegens overlijden verdachte

In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad op 27 augustus 2019 geconcludeerd dat het cassatieberoep in eerste instantie verworpen zou moeten worden. Echter, uit een officieel document van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond is gebleken dat de verdachte op 9 juli 2019 is overleden.

Volgens artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt door het overlijden van de verdachte het recht tot strafvordering. Dit betekent dat de strafprocedure niet langer kan worden voortgezet. De Procureur-Generaal adviseert daarom de Hoge Raad om de bestreden uitspraken van het gerechtshof Den Haag en de rechtbank Rotterdam te vernietigen en het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging.

De conclusie leidt ertoe dat de strafzaak wordt beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de ten laste gelegde feiten, vanwege het ontbreken van een verdachte die vervolgd kan worden.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens overlijden van de verdachte.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/00043
Zitting27 augustus 2019

CONCLUSIE

P.C. Vegter
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,
hierna: de verdachte.
Op 14 mei 2019 heb ik een conclusie genomen in deze zaak, waarin ik de Hoge Raad adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
Inmiddels is echter uit een door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Roermond gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente gebleken dat de verdachte op 9 juli 2019 aldaar is overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
Deze aanvullende conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof
Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Rotterdam en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG