Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
3.Beslissing
17 september 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak was het beroep in cassatie ingesteld door de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag en een vonnis van de Rechtbank Rotterdam. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de eerdere uitspraken en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
Ambtshalve heeft de Hoge Raad vastgesteld dat de verdachte op 9 juli 2019 is overleden, hetgeen is bevestigd door een gewaarmerkt afschrift van de akte van overlijden van de gemeente Roermond. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering bij overlijden van de verdachte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden uitspraken en verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Hiermee komt een einde aan de strafzaak tegen de overleden verdachte.
Uitkomst: De vervolging wordt beëindigd wegens het overlijden van de verdachte en het vervallen van het recht tot strafvordering.