Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
middelbehelst de klacht dat de afwijzing van het aanhoudingsverzoek door het hof onbegrijpelijk is, althans ontoereikend is gemotiveerd.
NJ2018/324 m.nt. Kooijmans. Ook in die zaak had de verdachte zich verslapen en was hij om die reden tijdens het onderzoek ter terechtzitting afwezig. De raadsvrouw had bij aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep opgemerkt dat zij had verwacht dat de verdachte die dag ter terechtzitting aanwezig zou zijn, dat zij hem had gebeld en dat hij zich blijkbaar had verslapen. Zij gaf aan uitdrukkelijk te zijn gemachtigd tot het voeren van de verdediging, maar wees erop dat de verdachte in eerste aanleg niet ter terechtzitting was verschenen en graag bij de behandeling in hoger beroep aanwezig wilde zijn. Zij verzocht daarom de behandeling van de zaak aan te houden. Het hof wees het verzoek af, “omdat verdachte op de hoogte is van deze terechtzitting en het feit dat hij zich verslapen heeft, mede gelet op het huidige tijdstip van 11.30 uur, geen geldig excuus is om niet ter terechtzitting te verschijnen”. De Hoge Raad achtte deze motivering ontoereikend en casseerde. Hij overwoog dat uit de motivering van het hof niet bleek dat het hof de mogelijkheid tot schorsing van het onderzoek tot een later tijdstip op de dag onder ogen had gezien, noch dat het de hiervoor onder 6 bedoelde belangenafweging had gemaakt. [1]