Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
X, waarin het Hof van Justitie overweegt over ‘gelijksoortige reeds op het nationale grondgebied geregistreerde tweedehands voertuigen’. [4] De theoretische kans dat auto’s op de nationale markt zouden kunnen verkeren waarvoor de CO2-uitstoot lager is vastgesteld, acht het Hof onvoldoende voor een geslaagd beroep op artikel 110 van Pro het VwEU. Daarop strandt ook het beroep op het toepassen van de CO2-uitstootwaarde van 350 gram per kilometer uit artikel 9, lid 11, van de Wet bpm 1992.
3.Het geding in cassatie
4.Beoordeling van de klachten
Commissie/Griekenland, geciteerd in onderdeel 5.14 van de conclusie in zaak 18/01389. Daarop stuit deze klacht af.