ECLI:NL:PHR:2019:949
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onttrekking voertuig aan het verkeer
De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die zijn klaagschrift op grond van artikel 552a Sv ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof een ambulance die op 28 november 2017 inbeslaggenomen was wegens vermoedelijke omkatting en diefstal.
De rechtbank oordeelde dat het voertuig grotendeels van diefstal afkomstig was en dat het onttrekken aan het verkeer van dergelijke voertuigen in het algemeen belang is. Gelijktijdig met de behandeling van het klaagschrift heeft de rechtbank op vordering van de officier van justitie het voertuig onherroepelijk aan het verkeer onttrokken en een vergoeding van €1500 toegekend aan klager.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen het klaagschrift, omdat het voertuig onherroepelijk aan het verkeer is onttrokken. Hierdoor is een bevel tot teruggave niet mogelijk en kan het cassatieberoep niet ontvankelijk worden verklaard. De mogelijkheid tot cassatie tegen de onttrekking zelf is niet benut door klager.
De conclusie is dat klager niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan belang, omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen bepaalt dat de onttrekking aan het verkeer alleen via een apart beroep kan worden bestreden.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan belang door onherroepelijke onttrekking van het voertuig aan het verkeer.