ECLI:NL:PHR:2019:949

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 oktober 2019
Publicatiedatum
25 september 2019
Zaaknummer
18/04996
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552f SvArt. 94 SvArt. 552b Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onttrekking voertuig aan het verkeer

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant die zijn klaagschrift op grond van artikel 552a Sv ongegrond verklaarde. Het klaagschrift betrof een ambulance die op 28 november 2017 inbeslaggenomen was wegens vermoedelijke omkatting en diefstal.

De rechtbank oordeelde dat het voertuig grotendeels van diefstal afkomstig was en dat het onttrekken aan het verkeer van dergelijke voertuigen in het algemeen belang is. Gelijktijdig met de behandeling van het klaagschrift heeft de rechtbank op vordering van de officier van justitie het voertuig onherroepelijk aan het verkeer onttrokken en een vergoeding van €1500 toegekend aan klager.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen het klaagschrift, omdat het voertuig onherroepelijk aan het verkeer is onttrokken. Hierdoor is een bevel tot teruggave niet mogelijk en kan het cassatieberoep niet ontvankelijk worden verklaard. De mogelijkheid tot cassatie tegen de onttrekking zelf is niet benut door klager.

De conclusie is dat klager niet-ontvankelijk is in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan belang, omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen bepaalt dat de onttrekking aan het verkeer alleen via een apart beroep kan worden bestreden.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens gebrek aan belang door onherroepelijke onttrekking van het voertuig aan het verkeer.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer18/04996
Zitting29 oktober 2019
CONCLUSIE
G. Knigge
In de zaak
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de klager.
De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 1 mei 2018 het door de klager op de voet van art. 552a Sv ingediende klaagschrift ongegrond verklaard.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klager en mr. P.C. Saris, advocaat te Eindhoven, heeft één middel van cassatie voorgesteld.

3.Procesgang en bestreden beschikking

3.1
Het klaagschrift richt zich tegen een onder de klager op de voet van art. 94 Sv Pro inbeslaggenomen ambulance Volkswagen Crafter. De inbeslagneming vond plaats op 28 november 2017 tijdens een integrale controle van het autobedrijf van de klager. Van het inbeslaggenomen voertuig werd vermoed dat het was ‘omgekat’, dat wil zeggen dat het daarin aangebrachte chassisnummer of voertuigidentificatienummer (VIN) van een andere auto afkomstig en het voertuig (deels) van diefstal afkomstig is.
3.2
De bestreden beschikking houdt onder meer het volgende in:
‘’Deze beschikking betreft een op 2 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank ingediend klaagschrift, als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (…)
Het klaagschrift is op 1 mei 2018 gelijktijdig met een vordering onttrekking aan het verkeer van de officier betreffende voornoemde auto in openbare raadkamer behandeld. Klager en zijn raadsvrouw, mr. F.L.C. Schoolderman, zijn in raadkamer verschenen. Door klager is gepersisteerd bij het klaagschrift. De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het klaagschrift en vordert onttrekking aan het verkeer van de auto.
De beoordeling
Het klaagschrift is tijdig ingediend, immers binnen twee jaren na genoemde inbeslagneming.
Uit het dossier en het verhandelde in raadkamer is naar het oordeel van de rechter gebleken dat het VIN en het motornummer van de auto niet door de fabrikant zijn aangebracht en dat het voertuig grotendeels van diefstal afkomstig is. In aanmerking genomen dat het een feit van algemene bekendheid is dat dat het ongecontroleerde bezit van dergelijke voertuigen afbreuk doet aan een effectieve voorkoming en bestrijding van met gestolen auto’s bedreven handel en dat daarvan tevens een bevorderende werking op diefstal van auto’s uitgaat, is het ongecontroleerde bezit van onderhavige auto’s in strijd met het algemene belang. De rechter acht voornoemde auto die grotendeels afkomstig is van diefstal en die gezien moet worden als één goed waarvan demontage niet gefaciliteerd kan worden dan ook vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. De rechter zal het klaagschrift ongegrond verklaren.’’
3.3
Uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer blijkt dat terstond de beschikking is uitgesproken en dat, zoals de beschikking ook vermeldt, gelijktijdig een door de officier van justitie ingestelde vordering tot onttrekking aan het verkeer als bedoeld in art. 552f Sv is behandeld. Uit namens mij ingewonnen inlichtingen blijkt dat de rechtbank op die vordering op dezelfde dag als waarop de bestreden beschikking werd gegeven bij afzonderlijke beschikking toewijzend heeft beslist. De rechtbank heeft daarbij een geldelijke tegemoetkoming toegekend van € 1500,- aan de klager. Deze beslissing is op 18 december 2018 onherroepelijk geworden.

4.De ontvankelijkheid van de klager in het cassatieberoep

4.1
Ik meen dat een inhoudelijke beoordeling van het voorgestelde cassatiemiddel achterwege kan blijven omdat, zoals hiervoor gezegd, de rechtbank inmiddels onherroepelijk heeft beslist op de door de officier van justitie ingestelde afzonderlijke vordering tot onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen voertuig.
4.2
Die vaststelling impliceert dat de klager geen belang meer heeft bij zijn cassatieberoep. Voor een bevel tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan klager is immers geen plaats meer nu die auto bij onherroepelijke beslissing is onttrokken aan het verkeer. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat de beslissing op de vordering tot onttrekking aan het verkeer haar kracht alleen kan verliezen door een ingesteld beroep tegen die beslissing. Die beslissing kan dus niet ongedaan gemaakt worden door een beslissing op een ingediend klaagschrift ex art. 552a Sv. [1]
4.3
Anders was het mijns inziens geweest als de klager gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om (ook) tegen de beslissing tot onttrekking aan het verkeer beroep in cassatie in te stellen. In dat geval zou het van de uitkomst van dat cassatieberoep hebben afgehangen of de klager geacht kan worden belang te hebben bij zijn beroep tegen de beslissing in de beklagprocedure. Dat geval doet zich hier echter niet voor.
4.4
Mijn conclusie is dat de klager bij gebrek aan belang niet kan worden ontvangen in zijn cassatieberoep.

5.Conclusie

Deze conclusie strekt tot de niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het ingestelde beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Het stelsel van rechtsmiddelen biedt nog wel de mogelijkheid om op de voet van art. 552b Sv te klagen over de onttrekking aan het verkeer. Voor de klager in deze zaak staat die weg echter niet open. Zie art. 552f lid 7 jo. lid 4 Sv.