Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
10 december 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant inzake beslag op zijn auto in verband met verdenking van het 'omkatten' van een gestolen voertuig. Klager stelde een klaagschrift in op grond van artikel 552a Sv tegen het beslag.
De rechtbank had inmiddels onherroepelijk beslist op een afzonderlijke vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen voertuig. Hierdoor is het belang van klager bij het cassatieberoep komen te vervallen, omdat het bevel tot teruggave van de auto niet meer mogelijk is.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en verklaart het cassatieberoep van klager niet-ontvankelijk. De beslissing op de vordering tot onttrekking aan het verkeer kan alleen worden aangevochten via een rechtsmiddel tegen die beslissing zelf, en niet via een klaagschrift ex artikel 552a Sv.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang door onherroepelijke onttrekking aan het verkeer van de auto.