In deze zaak stond centraal of de dagvaarding in hoger beroep nietig was vanwege een wijziging van het aanvangstijdstip van de terechtzitting die niet persoonlijk aan de verdachte was uitgereikt. De verdachte was opgeroepen voor een zitting op 14 april 2017 om 9:30 uur, maar het tijdstip werd later gewijzigd naar 13:30 uur op verzoek van de raadsman en met instemming van het hof.
De verdediging voerde aan dat deze wijziging niet aan de verdachte was betekend en dat de dagvaarding daarom nietig zou zijn. De Hoge Raad verwierp dit middel en overwoog dat het ontbreken van een juiste aanvangstijd in de dagvaarding niet leidt tot nietigheid, zeker niet als de verdachte op de dag zelf verschijnt en uit de omstandigheden blijkt dat de zaak later wordt behandeld.
De raadsman van de verdachte was op de hoogte van de wijziging en had de verdachte hierover geïnformeerd. Bovendien is de dagvaarding tijdig en in persoon uitgereikt. De Hoge Raad bevestigde dat het niet noodzakelijk is dat een wijziging van het tijdstip formeel aan de verdachte wordt betekend, en dat de dagvaarding niet nietig is op grond van deze wijziging.
De conclusie van de plv. AG strekte tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest van het hof. Hiermee is bevestigd dat een wijziging van het aanvangstijdstip binnen dezelfde dag geen nietigheid van de dagvaarding oplevert.