Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt – als ik de schriftuur, die een hoog gehalte aan feitelijk napleiten bevat en zich vooral ook keert tegen het optreden van reclasseringsambtenaar [betrokkene 1] en verbalisant [verbalisant], [1] goed begrijp – dat het hof het verweer inhoudende een beroep van de verdediging op een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv met betrekking tot zowel het binnentreden van de woning van de verdachte alsook het controleren van diens computer op ondeugdelijke gronden heeft verworpen, mede in aanmerking genomen dat het hof heeft overwogen dat bij de verdachte een licht verstandelijke beperking is geconstateerd.
Verweer ex artikel 359a Wetboek van Strafvordering
tweede middelbehelst de klacht dat het hof in strijd met art. 14c j° 14d Sr een bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf heeft verbonden, die buiten het wettelijk kader valt.