Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte was bij het gerechtshof veroordeeld wegens wederrechtelijk binnendringen, mishandeling en vernieling. Tijdens het hoger beroep was de verdachte niet aanwezig, hoewel hij daartoe was gedagvaard. Zijn raadsvrouw verzocht driemaal om aanhouding van de behandeling zodat de verdachte zelf zijn verhaal kon doen. Zij gaf aan dat de verdachte had laten weten aanwezig te willen zijn en dat hij op weg was naar de zitting, maar niet bereikbaar was.
Het hof wees het verzoek af omdat niet concreet was aangetoond dat de verdachte niet in staat was de zitting bij te wonen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een verzoek tot aanhouding alleen kan worden toegewezen als duidelijk is gemaakt waarom de verdachte niet aanwezig kan zijn, en dat de rechter een belangenafweging moet maken.
In deze zaak was de verdachte op de hoogte van de zitting en had hij zijn raadsvrouw gemachtigd, maar was niet bereikbaar. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en dat het afwijzen van het verzoek niet onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot aanhouding van de behandeling wordt afgewezen omdat niet concreet is aangetoond dat de verdachte niet in staat was de zitting bij te wonen.