Conclusie
1.Feiten
De premie voor 2017 is correct opgenomen
Om voor een hogere correctie van de ziektekostenverzekering in aanmerking te komen voor de jaren 2018 en 2019 dient schuldenaar aan te tonen waarom zij deze duurdere verzekering nodig heeft.
Indien de bewindvoerder ter beoordeling van deze vraag een vergoedingenoverzicht nodig heeft, dient dit te worden overgelegd.
2.Procesverloop
allebetaalde zorgverzekeringspremies, dat wil zeggen zowel de premies voor de verplichte basisverzekering als die voor de aanvullende verzekeringen, leiden tot een verhoging van de beslagvrije voet. Verwezen wordt ook naar paragraaf 3.2. van het Vtlb-rapport van de Werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa waar dit eveneens uit volgt. [9] Verder is aangevoerd dat de gestelde eis, dat E moet aantonen welke ziektekosten zij in de afgelopen twee jaar heeft gemaakt, het karakter van de ziektekostenverzekering miskent, aangezien de ziektekostenverzekering immers is bedoeld om onzekere toekomstige financiële tegenvallers op te vangen. Daar komt bij dat uit de gevoerde correspondentie voldoende blijkt welke zorg E en haar kinderen nodig hebben en de eis dat E haar volledige medische doopceel moet lichten een ontoelaatbare inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer maakt. Ten slotte heeft Quitantie de rechtbank op voorhand verzocht om de R-C niet te vragen naar een reactie of visie op het beroepschrift omdat dat in deze situatie niet is toegestaan.
kande in de Recofa-richtljnen opgenomen berekeningssystematiek volgen, maar hoeft dat niet te doen omdat de richtlijnen formeel-juridisch geen verbindende kracht hebben.
NJ1933/60). De rechter-commissaris kan de beslissing dan nader toelichten, waarbij ook acht geslagen moet worden op informatie die ten behoeve van het hoger beroep is ingebracht. Nu het hoger beroep betrekking heeft op een beslissing over het beheer van de boedel, moet de R-C gehoord worden. De rechtbank zal de visie van de R-C daarom meenemen in haar beoordeling (rov. 4.4.1-4.4.2).
3.Bespreking van het cassatiemiddel
rechtstreeksaan de rechtbank moeten worden gericht. Die situatie moet worden onderscheiden van de situatie waarin de rechtbank op de voet van art. 67 Fw Pro
als hoger beroepsrechteroordeelt over een eerdere beschikking van de rechter-commissaris. In dat geval is art. 65 Fw Pro niet van toepassing en hoeft de rechter-commissaris niet om zijn of haar visie te worden gevraagd in een hoger beroep tegen de eigen beschikking. [16] De Hoge Raad oordeelde hierover in 1933 dat de rechter-commissaris in dat geval immers al
‘schriftelijk van zijn gevoelen heeft doen blijken’. In dat geval geldt de hoorplicht van art. 65 Fw Pro niet. [17] Dit is sindsdien vaste jurisprudentie. [18] Art. 65 Fw Pro geldt via de schakelbepaling van art. 314 lid 2 Fw Pro ook voor schuldsaneringszaken. Ook in schuldsaneringszaken geldt dus dat de rechter-commissaris niet hoeft te worden gehoord als het gaat om een hoger beroep tegen een door de rechter-commissaris gegeven beschikking.
magworden gevraagd is door de Hoge Raad bevestigend beantwoord in de uitspraak van 13 december 2019. [19] De Hoge Raad overwoog in deze zaak (rov. 3.4.2):
de Wet vereenvoudiging beslagvrije voetwordt beoogd de systematiek van de vaststelling van de beslagvrije voet transparanter en eenvoudiger te maken, en minder afhankelijk van de individuele omstandigheden van de beslagene. [27] In de nieuwe regeling wordt de beslagvrije voet vastgesteld op basis van gegevens die uit bestaande registraties te halen zijn, zodat de schuldenaar in beginsel geen informatie meer hoeft aan te leveren. Verder bevat de wet een regeling voor de situatie waarin sprake is van meerdere beslagleggers. De inwerkingtreding van de wet heeft vanwege uitvoeringsproblemen vertraging opgelopen. De geplande datum van inwerkingtreding is thans bepaald op 1 januari 2021. [28]
de premie van een door de schuldenaar gesloten ziektekostenverzekering, verminderd met de normpremie, bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet op de zorgtoeslag, voor zover reeds begrepen in de bijstandsnorm zoals die voor de schuldenaar geldt ingevolge het eerste, tweede en derde lid, en met de krachtens die wet ontvangen zorgtoeslag, telkens wanneer deze premie vervalt terwijl het beslag ligt;
de voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten, verminderd met ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten, na deze vermindering, meer bedragen dan het bedrag, genoemd in artikel 17, tweede lid, van de Wet op de huurtoeslag, met dien verstande dat de verhoging van de beslagvrije voet niet meer bedraagt dan het huurtoeslagbedrag waarop de schuldenaar, uitgaande van de laagste inkomenscategorie, krachtens artikel 21 van Pro de Wet op de huurtoeslag ten hoogste aanspraak heeft;
het bedrag waarop de schuldenaar op basis van artikel 2, tweede tot en met zesde lid van de Wet op het kindgebonden budget maximaal aanspraak zou kunnen maken, verminderd met het krachtens die wet ontvangen bedrag.
Een verzekerde komt in aanmerking voor een zorgtoeslag indien de voor hem geldende genormeerde kosten voor een zorgverzekeringsovereenkomst (de op basis van artikel 2 Wet Pro op de zorgtoeslag berekende normpremie) minder bedragen dan de standaardpremie (de op basis van artikel 4 Wet Pro op de zorgtoeslag geraamde gemiddelde premiekosten). Maar de optelsom van normpremie en zorgtoeslag kan nog steeds lager zijn dan de in werkelijkheid door de schuldenaar te betalen premie voor de door hem gesloten zorgverzekering. Na de voorgestelde wijziging van artikel 475d, beoogt de aanvulling op de beslagvrije voet dit verschil aan te vullen, zodat betaling van de volledige zorgverzekeringspremie is zeker gesteld. Dit alles ziet zowel op de verplichte basisverzekering als op aanvullende verzekeringen, met het oog op het voldoen aan lopende verzekeringscontracten. Dit is ook het geval met de huidige tekst van artikel 475d, vijfde lid, onder a, waaronder ook vrijwillig gesloten aanvullende verzekeringen vallen.”
feitelijkbetaalde premie voor een ziektekostenverzekering. Voorts blijkt dat zowel de premie voor een verplichte basisverzekering als voor eventuele aanvullende verzekeringen moeten worden meegenomen.
de premie van een door de schuldenaar gesloten ziektekostenverzekering, verminderd met de normpremie, bedoeld in artikel 2 van Pro de Wet op de zorgtoeslag, voor zover reeds begrepen in de Participatiewetnorm zoals die voor de schuldenaar geldt ingevolge het eerste, tweede en derde lid, en met de krachtens die wet ontvangen zorgtoeslag, telkens wanneer deze premie vervalt terwijl het beslag ligt;
volledigedoor E betaalde ziektekostenpremie (dus wat
feitelijkbetaald is), zoals in art. 475d lid 3, onder a, Rv is bepaald. Wel strekt het normbedrag en de eventueel ontvangen zorgtoeslag daarop in mindering (zie onder 3.15-3.16). Of de door E afgesloten aanvullende verzekeringen noodzakelijk zijn, staat in het kader van de vaststelling van de beslagvrije voet niet ter beoordeling.