De rechtbank Limburg behandelde het hoger beroep van Quitantie B.V., bewindvoerder over de goederen van een onderbewindgestelde, tegen een beschikking van de rechter-commissaris inzake de berekening van de beslagvrije voet (vtlb) in het kader van een schuldsaneringsregeling.
Quitantie stelde dat alle daadwerkelijk betaalde ziektekostenpremies, die hoger waren dan het normbedrag van €135,- per maand, met terugwerkende kracht in het vtlb moesten worden opgenomen. De rechter-commissaris had echter een lager bedrag gehanteerd en vroeg om inzicht in de medische kosten om de noodzaak van de hogere premie te beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat de rechter-commissaris discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken van de Recofa-richtlijnen, mits hij alle omstandigheden van het geval kent. Omdat de onderbewindgestelde de gevraagde informatie niet had verstrekt, was het terecht dat de rechter-commissaris vasthield aan het normbedrag. Ook werd geoordeeld dat de onderbewindgestelde niet zelf bevoegd is om te procederen zolang haar goederen onder bewind staan.
De vordering van Quitantie werd daarom afgewezen en de rechter-commissaris moest de situatie beoordelen op basis van volledige informatie. De beschikking werd uitgesproken door mr. K.J.H. Hoofs op 5 december 2019.