ECLI:NL:PHR:2020:1172

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
27 oktober 2020
Publicatiedatum
8 december 2020
Zaaknummer
19/04974
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27a SrArt. 435 SvArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen binnen termijn

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan medeplegen van valsheid in bankbiljetten. Verdachte stelde beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door mr. K.L. Korteweg.

De aanzegging van het cassatieberoep werd op 29 mei 2020 betekend, waarna een termijn van twee maanden liep tot 29 juli 2020. Gedurende deze termijn heeft verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.

Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan verdachte daardoor niet in cassatie worden ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaart.

De zaak vertoont samenhang met twee andere zaken (19/04881 en 19/04915) waarin ook conclusies zijn uitgebracht. Verdachte is geboren in 1979 en stond ingeschreven op het adres in het BRP waar de aanzegging is verzonden.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer19/04974
Zitting27 oktober 2020 (bij vervroeging)

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft de verdachte bij arrest van 18 oktober 2019 wegens “medeplichtigheid aan: medeplegen van: bankbiljetten waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, zich verschaffen en in voorraad hebben” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek als bedoeld in art. 27(a) Sr.
2. Er bestaat samenhang met de zaken 19/04881 en 19/04915. In deze zaken zal ik vandaag ook concluderen.
3. Namens de verdachte heeft mr. K.L. Korteweg, advocaat te Eindhoven, beroep in cassatie ingesteld.
4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 29 mei 2020 betekend. [1] De in het tweede lid van art. 437 Sv Pro gestelde termijn van twee maanden liep af op 29 juli 2020. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.
5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Voetnoten

1.Op 29 mei 2020 is de aanzegging, voorzien van een vertaling daarvan en van de bijsluiter, voorts verzonden naar het adres waarop de verdachte stond ingeschreven in het BRP.