ECLI:NL:PHR:2020:1172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet-indienen middelen binnen termijn
Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan medeplegen van valsheid in bankbiljetten. Verdachte stelde beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door mr. K.L. Korteweg.
De aanzegging van het cassatieberoep werd op 29 mei 2020 betekend, waarna een termijn van twee maanden liep tot 29 juli 2020. Gedurende deze termijn heeft verdachte geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv kan verdachte daardoor niet in cassatie worden ontvangen. De conclusie van de procureur-generaal strekt ertoe dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaart.
De zaak vertoont samenhang met twee andere zaken (19/04881 en 19/04915) waarin ook conclusies zijn uitgebracht. Verdachte is geboren in 1979 en stond ingeschreven op het adres in het BRP waar de aanzegging is verzonden.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.