Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelkeert zich tegen het in het arrest besloten liggende oordeel van het hof dat de oproeping in hoger beroep rechtsgeldig is betekend. Volgens de steller van het middel had de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep moeten worden uitgereikt aan het laatst opgegeven woon- of verblijfadres van de betrokkene.
Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)”.Tevens is een afschrift van de oproeping naar het laatst bekende BRP-adres van de betrokkene ( [a-straat 1] te [plaats] ) gezonden.
Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW)”.
tweede middelbehelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.