ECLI:NL:PHR:2020:1268
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen en medeplichtigheid aan het handelen in strijd met de Opiumwet met betrekking tot een grote hoeveelheid verdovende middelen. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep omdat zij niet binnen de wettelijke termijn van zestig dagen na betekening van de aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie heeft ingediend.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waardoor de uitspraak van het gerechtshof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van middelen.