Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
Tevens verzoek ik je de facturen van de courgette planten die u naar [koper] heeft gestuurd ook naar de nieuwe naam te sturen.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
ookop naam van [A] B.V. te zetten. Dit verzoek kan, gelet op deze formulering, niet worden beschouwd als een verzoek om toestemming tot schuldoverneming (waardoor [koper] van haar betalingsverplichting zou worden ontslagen). Tot slot is ook niet gebleken dat [verkoper] toestemming voor schuldoverneming heeft gegeven. Alhoewel de toestemming ook in gedragingen van de schuldeiser besloten kan liggen, is het hof van oordeel dat [koper] c.s. onvoldoende concrete feiten en omstandigheden hebben aangedragen die tot de conclusie kunnen leiden dat [verkoper] in enige schuldoverneming door [A] B.V. heeft toegestemd. Dat blijkt, gelet op het voorgaande, in elk geval niet uit het feit dat [verkoper] het verzoek van [koper] heeft gehonoreerd. Hetzelfde geldt voor de handelingen die [verkoper] na uitvoering van de overeenkomst heeft verricht. Dat [verkoper] heeft gefactureerd aan [A] B.V., haar vervolgens heeft aangemaand tot betaling en deelbetalingen van [A] B.V. heeft ontvangen, betekent niet dat [verkoper] erin heeft toegestemd dat [A] B.V. de schuld van [koper] heeft overgenomen.’
beidenzich op het standpunt stellen dat een voltooide schuldoverneming heeft plaatsgevonden. De onderhavige zaak illustreert dit. Zou [verkoper] als schuldeiser zich tegenover [koper] als oorspronkelijke schuldenaar niet op het ontbreken van een kennisgeving van de schuldoverneming kunnen beroepen en zou worden aangenomen dat aan de overige vereisten voor schuldoverneming is voldaan en zou op die gronden de vordering van [verkoper] worden afgewezen, dan zou [verkoper] in een nieuwe procedure tegen [A] kunnen worden geconfronteerd met het verweer van [A] dat van de schuldoverneming nooit de vereiste kennisgeving aan [verkoper] heeft plaatsgevonden, met als gevolg dat [verkoper] met lege handen zou komen te staan. Mijns inziens is het dus terecht dat het hof mede heeft getoetst aan het vereiste van kennisgeving, en evenzeer terecht dat de steller van het middel daartegen geen klacht richt.
beide. Uiteraard is denkbaar dat slechts één van hen bij de kennisgeving als handelende partij optreedt, maar dit veronderstelt dan dat deze partij de andere partij bij die kennisgeving vertegenwoordigt. [8] Dit doet er niet aan af dat de kennisgeving vormvrij is en dus ook in gedragingen besloten kan liggen (art. 3:37 lid 1 BW Pro). Die gedragingen moeten dan dus echter kunnen worden geduid als verklaringen van zowel de oorspronkelijke als de overnemende schuldenaar (al dan niet door tussenkomst van een vertegenwoordiger).
voltooideschuldoverneming, dat wil zeggen een schuldoverneming die ook tegenover de schuldeiser werking heeft, zowel in de zin dat hem die door de oorspronkelijke schuldenaar kan worden tegengeworpen, als in de zin dat de schuldeiser zich tegenover de overnemende schuldenaar op de schuldoverneming kan beroepen. Art. 6:155 BW Pro ziet op een dergelijke voltooide schuldoverneming. Het begrip ‘schuldoverneming’ (dus zonder het bijvoeglijk naamwoord ‘voltooide’) wordt ook wel gebruikt om de enkele afspraak tussen een schuldenaar en een derde aan te duiden, waarbij de derde op zich neemt om de schuld van de schuldenaar aan de schuldeiser te voldoen. [9] Deze vorm van schuldoverneming kan het resultaat zijn indien een schuldeiser, nadat hem van de schuldoverneming door de schuldenaar en de derde mededeling is gedaan, weigert aan de schuldoverneming zijn toestemming te verbinden. De beoogde schuldoverneming wordt in dat geval niet voltooid, eenvoudig omdat aan het in art. 6:155 BW Pro gestelde vereiste van toestemming niet is voldaan, met als gevolg dat de schuldenaar ten opzichte van de schuldeiser schuldenaar blijft en de derde ten opzichte van de schuldeiser geen schuldenaar wordt. Ook is voorstelbaar dat de schuldenaar en de derde van de aanvang af niet meer bedoelden dan een afspraak tussen hen beiden. In beide gevallen behoort tot de strekking van de tussen de schuldenaar en de derde gemaakte afspraken dat de derde
ten opzichte van de schuldenaar(niet ook ten opzichte van de schuldeiser) gehouden is om de schuld aan de schuldeiser te voldoen. Dat de derde hiertoe ten opzichte van de schuldeiser
gerechtigdis (niet ook ten opzichte van hem verplicht), volgt uit de regel van art. 6:30 BW Pro dat een verbintenis in beginsel ook door een ander dan de schuldenaar kan worden nagekomen. Is de schuldeiser van de afspraak tussen de schuldenaar en de derde op de hoogte, dan is alleszins voorstelbaar dat de schuldeiser de derde aan die afspraak herinnert, bijvoorbeeld door hem een betalingsverzoek te doen. Het belang van de schuldeiser loopt hier immers parallel met dat van de oorspronkelijke schuldenaar. Een aanspraak in rechte op de derde heeft de schuldeiser echter niet. Zo'n aanspraak heeft de schuldeiser alleen op de schuldenaar, die nu eenmaal ten opzichte van de schuldeiser schuldenaar is gebleven.
ooknaar [A] te zenden. Dit is niet onverenigbaar met de lezing van [verkoper] , volgens welke zij begreep dat [A] de facturen als derde voor [koper] zou betalen en [A] kennelijk in dat verband wenste dat voor de schuld een tweede set facturen zou worden verzonden, nu op naam van [A] (vergelijk rechtsoverweging 8 van het arrest van het hof). Ik merk nog op dat ook als in de e-mail van 5 juni 2012 wél zou kunnen worden gelezen dat [betrokkene 1] van overneming van de schuld van [koper] door [A] kennis gaf, dit onvoldoende is, omdat [koper] niet heeft toegelicht op grond waarvan moet worden aangenomen dat [betrokkene 1] dit deed namens zowel [koper] als [A] . Wat betreft [koper] volgt uit het standpunt dat [koper] in dit geding inneemt dat zij de veronderstelde kennisgeving door [betrokkene 1] voor haar rekening wenst te nemen (vergelijk art. 3:69 BW Pro), maar wat betreft [A] blijkt dit niet.