Conclusie
[eiseres]),
[verweerder]),
1.Feiten
Stelt zich voor partij [verweerder] . Dient verweerschrift tot verwerping in. Stelt (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep in. Vraagt een datum voor schriftelijke toelichting.”
2.Juridisch kader
Rv) zijn de hiernavolgende.
Procesreglement) van 26 januari 2017 [3] bevat in hoofdstuk 3 (Civiele Zaken), paragraaf 3.1 (Vorderingszaken), onder meer de volgende bepalingen (mijn onderstrepingen):
3.1.3 Algemene aspecten van de zaaksbehandeling
uiterlijk op de desbetreffende vrijdag vóór 10.00 uur.”
3.1.5 Niet verschijnen van een of meer verweerders
Die vrijdag dient te zijn gelegen ten minste vier weken voorafgaand aan de datum van de schriftelijke toelichtingof het pleidooi
indien (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep wordt ingesteld. Zuivering van het verstek kan wegens strijd met een goede procesorde worden geweigerd, bijvoorbeeld indien met die zuivering nodeloos is gewacht en door de zuivering van het verstek de gelijktijdigheid van het geven van een schriftelijke toelichting wordt verstoord.”
3.Achtergrond van art. 3.1.5.5 Procesreglement
Die vrijdag dient te zijngelegen vier weken voorafgaand aan de datum van de schriftelijke toelichting of het pleidooi
indien (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep wordt ingesteld. Zuivering van het verstek kan wegens strijd met een goede procesorde worden geweigerd,
bijvoorbeeldindien met die zuivering nodeloos is gewacht en door de zuivering van het verstek de gelijktijdigheid van het geven van een schriftelijke toelichting wordt verstoord.”
ten minstevier weken voorafgaand aan de datum van de schriftelijke toelichting of het pleidooi indien (voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep wordt ingesteld. Zuivering van het verstek kan wegens strijd met een goede procesorde worden geweigerd, bijvoorbeeld indien met die zuivering nodeloos is gewacht en door de zuivering van het verstek de gelijktijdigheid van het geven van een schriftelijke toelichting wordt verstoord.”
[.../...]). [5] […] , eiser in het principaal cassatieberoep, had in die zaak aangevoerd dat […] in haar incidenteel cassatieberoep niet-ontvankelijk diende te worden verklaard, omdat de wijze waarop dit beroep was ingediend in strijd met de eisen van goede procesorde zou zijn. […] had namelijk gewacht tot de datum waarop de schriftelijke toelichting was bepaald om alsnog te verschijnen, voor antwoord te dienen én incidenteel cassatieberoep in te stellen. Aan de conclusie van A-G Huydecoper (onder 9) valt te ontlenen dat de cassatieadvocaat van […] al enkele weken daarvóór bij brief aan de cassatieadvocaat van […] had aangekondigd dat zij incidenteel beroep zou instellen, en daarbij het cassatiemiddel in het incidentele beroep had meegestuurd. De Hoge Raad zag in deze gang van zaken geen strijd met de eisen van een goede procesorde:
[.../...], met de volgende toevoeging: “
Men hantere in de praktijk daartoe een termijn van ten minste vier weken.”
[.../...]strijd met de goede procesorde kan worden gebaseerd (“
indien met die zuivering nodeloos is gewacht en door de zuivering van het verstek de gelijktijdigheid van het geven van een schriftelijke toelichting wordt verstoord”).
niettijdig is? Dát is de voornaamste vraag die in deze zaak moet worden beantwoord.
4.Standpunt partijen
5.Beoordeling
tekstvan de tweede zin van art. 3.1.5.5 Procesreglement is ondubbelzinnig: “
Die vrijdagdient te zijn gelegenvier weken voorafgaand aan de datum van de schriftelijke toelichting (…).” Deze imperatieve formulering wijst erop dat de termijn verplichtend is en niet slechts als aanwijzing is bedoeld. [8] Het imperatieve karakter van de deadline van vrijdag, 10.00 uur, volgt overigens in zijn algemeenheid al uit art. 3.1.3.4 Procesreglement (geciteerd in 2.2).
structuurvan art. 3.1.5.5 wijst evenzeer in die richting. Ten aanzien van het zuiveren van het verstek bevat de derde zin een weigeringsgrond, te weten strijd met een goede procesorde. De tweede zin bevat voor het instellen van incidenteel cassatieberoep een termijn van vier weken. Er is zodoende conceptueel een ‘knip’ aangebracht tussen het zuiveren van het verstek en het instellen van incidenteel beroep. Een vóór afloop van de vierwekentermijn ingesteld incidenteel beroep is tijdig en daarom niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. De zuivering van het verstek, wat een prealabele voorwaarde is voor het instellen van incidenteel cassatieberoep, kan dan evenmin in strijd met de goede procesorde zijn. De weigeringsgrond bedoeld in de derde zin van art. 3.1.5.5 Procesreglement kan worden toegepast in zaken waarin het verstek wordt gezuiverd maar niet tevens incidenteel cassatieberoep is ingesteld. [9]
ontstaansgeschiedenisvan art. 3.1.5.5 sterkt mij in mijn oordeel dat wij hier te maken hebben met een fatale termijn. Beoogd werd een bestaande praktijk te codificeren, die is ontstaan na het arrest
[.../...]uit 2001 (zie hiervoor, onder 3) en inhield dat ten minste vier weken voor de schriftelijke toelichting de zuivering van het verstek werd aangekondigd en het incidenteel cassatieberoep werd toegestuurd aan de cassatieadvocaat van de wederpartij.
rechtsmiddelentermijnenstrikt de hand dient te worden gehouden. [10] Dergelijke termijnen hebben geen zin als een overschrijding, hoe gering ook, door de vingers zou moeten worden gezien, tenzij de overschrijding op grond van bijzondere omstandigheden verschoonbaar is.
6.Tot slot
rechtsmiddelentermijn kan bevatten. M.i. is er geen rechtsregel die zich daar, in zijn algemeenheid, tegen verzet. Een belangrijke voorwaarde is echter dat een dergelijke termijn niet indruist tegen enige wettelijke bepaling. [12]
derde zinvan art. 3.1.5.5. De Hoge Raad kan de niet verschenen verweerder het wettelijk recht ontzeggen om het verstek te zuiveren tot aan het eindarrest als de goede procesorde dat vergt. De
tweede zinvan art. 3.1.5.5 geeft een concrete uitdrukking aan de eisen van een goede procesorde in het specifieke geval waarin een deugdelijk opgeroepen partij, tegen wie verstek is verleend, alsnog verschijnt én incidenteel cassatieberoep wil instellen. De termijn van vier weken heeft als nevengevolg dat het recht om het verzuim te zuiveren in de tijd wordt begrensd, aangezien het instellen van incidenteel beroep alleen mogelijk is als verweerder in het principaal beroep verschijnt en dus het verstek zuivert. Deze beperking verschilt echter principieel niet van een beslissing op grond van de derde zin, waarbij zuivering van het verstek wordt geweigerd.