ECLI:NL:PHR:2020:168
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid van voorzieningenrechters voor voorlopige maatregelen bij Gemeenschapsmodelinbreuk
Deze cassatie in het belang der wet betreft de uitleg van artikel 90 lid 1 van Pro de Gemeenschapsmodelverordening (GModVo) en de vraag of uitsluitend de rechtbank Den Haag bevoegd is voorlopige en beschermende maatregelen te bevelen bij inbreuk op een Gemeenschapsmodel.
De zaak ontstond uit een geschil tussen Spin Master en High5 over inbreuk op een geregistreerd Gemeenschapsmodel voor speelballetjes van plastic. De rechtbank Amsterdam had geoordeeld bevoegd te zijn kennis te nemen van het geschil en voorlopige maatregelen te treffen.
Na een prejudiciële verwijzing heeft het HvJEU geoordeeld dat artikel 90 lid 1 GModVo Pro zo moet worden uitgelegd dat alle rechtbanken van een lidstaat die bevoegd zijn voorlopige maatregelen te bevelen voor nationale modellen, ook bevoegd zijn dergelijke maatregelen te bevelen voor Gemeenschapsmodellen. Dit betekent dat er geen exclusiviteit is voor de rechtbank Den Haag.
De Hoge Raad volgt dit oordeel en verwerpt de cassatie in het belang der wet. Hiermee wordt bevestigd dat voorzieningenrechters van andere rechtbanken dan Den Haag bevoegd zijn voorlopige en beschermende maatregelen te treffen bij inbreuk op een Gemeenschapsmodel, hetgeen de doeltreffendheid en nabijheid van rechtsbescherming bevordert.
Uitkomst: De cassatie in het belang der wet wordt verworpen; ook voorzieningenrechters buiten Den Haag zijn bevoegd voorlopige maatregelen te treffen bij Gemeenschapsmodelinbreuk.