6.1
Vast staat dat de liquidatie door twee personen is uitgevoerd. De daders stapten uit een zwarte Caddy en reden weg vanaf de kruising van de Rooseveltstraat met de Gieterij straat in dezelfde Caddy. Nabij het Kiljanpad is een zwarte Caddy aangetroffen met daarin een arsenaal aan (automatische) wapens en munitie. De bevindingen van het vergelijkend kogelonderzoek zijn minimaal zeer veel waarschijnlijker als de op de genoemde kruising afgevuurde kogels zijn afgeschoten uit de loop van de in die Caddy aangetroffen pistoolmitrailleur, dan als deze zijn afgevuurd uit een andere loop van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken als de loop van de pistoolmitrailleur. Het hof neemt op grond hiervan een rechtstreeks verband tussen de aangetroffen Caddy en het schieten door twee personen aan.
6.2
Geconfronteerd met DNA-sporen heeft medeverdachte [medeverdachte] tegenover de politie als verdachte verklaard dat hij op enig moment, maar niet op 14 juni 2016, in de zwarte Caddy gereden heeft.
Uit een bemonstering van de deurhendel aan de buitenzijde van de schuifdeur van deze Caddy is DNA-mengprofiel verkregen van minimaal twee personen, waarbij [verdachte] niet als donor kan worden uitgesloten. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan 100 miljoen keer waarschijnlijker als het spoor celmateriaal van [verdachte] en één willekeurige onbekende persoon bevat dan als het spoor celmateriaal van twee willekeurige onbekende personen bevat.
Ook aan de binnenzijde van de Caddy zijn sporen aangetroffen. Uit een bemonstering van de raambediening aan de bestuurszijde is DNA-mengprofiel verkregen van minimaal drie personen, waarbij [verdachte] niet als donor kan worden uitgesloten. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan 100.000 keer waarschijnlijker als het spoor celmateriaal van [verdachte] en twee willekeurige onbekende persoon bevat dan als het spoor celmateriaal van drie willekeurige onbekende personen bevat.
Uit een bemonstering van de hendel ter bediening van de hoogte van de bestuurdersstoel is DNA-mengprofiel verkregen van minimaal vier personen, waarbij [verdachte] niet als donor kan worden uitgesloten. De bevindingen van het vergelijkend DNA-onderzoek zijn meer dan 3.000 keer waarschijnlijker als het spoor celmateriaal van [verdachte] en drie willekeurige onbekende persoon bevat dan als het spoor celmateriaal van vier willekeurige onbekende personen bevat.
Blijkens de vakbijlage van het NFI hoort de term "veel waarschijnlijker" bij een ordegrootte aan bewijskracht van 100 - 10.000, "zeer veel waarschijnlijker" bij een ordegrootte aan bewijskracht van 10.000 - 1.000.000 en "extreem veel waarschijnlijker" bij een ordegrootte aan bewijskracht van meer dan 1.000.000.
6.3
Het hof verwerpt het verweer van de verdediging van [verdachte] dat deze drie DNA-sporen niet kunnen bijdragen aan het bewijs, omdat niet geconstateerd is dat er daadwerkelijk DNA is aangetroffen, maar louter sprake is van een kansberekening op basis van statistiek. Het hof stelt vast dat er daadwerkelijk DNA is verkregen uit de bemonsteringen van de deurhendel, de raambediening en de hendel ter bediening van de hoogte van de bestuurdersstoel. De bevindingen van het DNA-onderzoek zijn door het NFI geïnterpreteerd en hebben geleid tot de hiervoor vermelde uitkomst. Gegeven enerzijds de omstandigheid dat de aangetroffen sporen mengsporen zijn en anderzijds het onbekende aantal potentiële donoren, waaronder [verdachte] , [medeverdachte] en de oorspronkelijke eigenaren van de Caddy kan de conclusie van de interpretatie van de bevindingen niet anders dan probabilistisch worden uitgedrukt. Te stellen dat zekerheid dient te worden gegeven omtrent de donor van het DNA in het aangetroffen spoor, miskent de huidige stand van de forensische wetenschap. De omstandigheid dat de interpretatie van de drie DNA-sporen uitmondt in drie waarschijnlijkheidsoordelen staat er niet aan in de weg deze bevindingen en conclusies van een deskundige, naast ander bewijs, te gebruiken als bewijsmiddel ter onderbouwing van de bewijsbeslissing door het hof over het ten laste gelegde feit.
6.4
De raadsman betwist dat [verdachte] iets te maken heeft met de Caddy. Het hof stelt vast dat het verweer niet ter discussie stelt dat in de bemonsteringen van de deurhendel, de raambediening aan de bestuurderszijde en de hendel DNA is aangetroffen en dat analyse van dit materiaal tot de door het NFI gerapporteerde uitkomst leidt.
Het verweer van de raadsman houdt in (blz. 21, nr. 6.8 pleitaantekeningen 2.7.2019): “ [verdachte] heeft verklaard dat hij nimmer voet in de Caddy heeft gezet. Het aangetroffen DNA is enkel te verklaren door secundaire overdracht.“ Op welke wijze deze secundaire overdacht zou hebben plaatsgevonden is niet geconcretiseerd. Bij gebreke van concrete stellingen is het niet mogelijk (geweest) nader onderzoek te laten doen op activiteitenniveau naar een scenario dat de aanwezigheid in de bemonsteringen van DNA verklaart op andere wijze dan door aanraking. Het enkele stellen dat sprake zal zijn geweest van secondaire overdracht is onvoldoende om een dergelijk onderzoek op activiteitenniveau te doen verrichten. [verdachte] heeft als verdachte ter zitting van 27 juni 2019 verklaard: “In de Berlingo lagen handschoenen die ik voor het verhuizen gebruikte. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij vaak in de Caddy reed, misschien heeft hij wel mijn handschoenen gebruikt. Ik zou anders niet weten hoe mijn DNA daar terecht is gekomen.” Het hof stelt vast dat ook deze verklaring van [verdachte] onvoldoende specifiek is om een nader onderzoek op activiteitenniveau te doen verrichten. Dit brengt mee dat het hof ook hieraan voorbij gaat.
6.5
Het voorgaande brengt mee dat het hof ervan uit zal gaan dat het zeer waarschijnlijk is dat [verdachte] op enig moment DNA op een deurhendel van de Caddy en in de Caddy (in de nabijheid van de bestuurdersstoel) heeft achtergelaten. De door het NFI gerapporteerde bewijskracht van de match in de verschillende sporen is daartoe voldoende hoog, waarbij het hof mede acht heeft geslagen op de omstandigheid dat het niet om één op zichzelf staand spoor gaat, maar om in totaal drie sporen naar (de omgeving van) de bestuurdersstoel wijzen.
6.6
Het hof stelt vast dat [verdachte] zich in de ochtend (Jan Wolkersstraat) en in de middag (Bart Smit) in de omgeving van de kruising van de Rooseveltstraat en de Gieterijstraat heeft bevonden. Op de beelden uit de Jan Wolkersstraat blijkt dat hij zich daar toen samen met medeverdachte [medeverdachte] bevond. Het hof stelt vast dat [verdachte] op dat moment een donkerkleurige pet droeg en [medeverdachte] een bril (terwijl hij op andere foto’s in het dossier en ter terechtzitting geen bril draagt) en een zwart sportjack met capuchon, met wit embleem en witte rits. Zowel [medeverdachte] als [verdachte] droegen donkerkleurige schoenen met een witte zool.
[medeverdachte] en [verdachte] zijn samen in de ochtend van 14 juni 2016 met de Berlingo vanuit Zaandam naar Leiden gereden. [medeverdachte] komt uiteindelijk bij het station Leiden Centraal om 18.05 uur en neemt daar de trein van 18.14 uur richting Haarlem. Hij draagt op dat moment niet langer het zwarte sportjack met capuchon, met wit embleem en witte rits, maar een colbert. [medeverdachte] reist terug naar Zaandam. [verdachte] arriveert om 18.09 uur bij het station Leiden Centraal. Hij draagt op dat moment geen donkerkleurige pet, maar een lichte pet. [verdachte] neemt de stoptrein richting Den Haag van 18.19 uur, keert terug op Leiden Centraal om 19.38 uur, neemt naar eigen zeggen de bus, haalt de Berlingo op en keert terug naar Zaandam.
6.7
Het hof leidt hieruit af dat op 14 juni 2016
- [medeverdachte] en [verdachte] samen vanuit Zaandam naar Leiden zijn gekomen met de Berlingo,
- samen de ochtend hebben doorgebracht in het gebied nabij de kruising van de Rooseveltstraat en Gieterij straat,
- in ieder geval [verdachte] ook in de middag nog in die omgeving heeft rondgelopen,
- [medeverdachte] en [verdachte] ongeveer gelijktijdig kort na de liquidatie aankomen in het stationsgebied en met de trein vanuit station Leiden Centraal weggaan uit Leiden,
- zowel [medeverdachte] als [verdachte] op dat moment iets hebben veranderd aan hun kleding, waardoor hun uiterlijk niet meer voldoet aan een eventueel signalement gebaseerd op hun kleding eerder die dag,
- [verdachte] terugkeert op station Leiden Centraal, de Berlingo ophaalt en naar Zaandam terugrijdt.
6.8
[verdachte] is op 14 juni 2016 de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Deze telefoon is op 14 juni 2016 buiten bereik van het netwerk tussen 16.25 uur en 18.05 uur. Om 18.05 uur maakt de telefoon gebruik van het basisstation Boommarkt te Leiden. De Weddesteeg, waar de vluchtscooter is achtergelaten, en het stationsgebied in Leiden vallen onder het bereik van dit basisstation. De periode waarin deze telefoon uit stond valt samen met de tijdspanne waarin het ten laste gelegde feit heeft plaatsgevonden en eindigt rond het tijdstip waarop de door [medeverdachte] bestuurde Piaggio in de Weddesteeg geparkeerd werd.
[verdachte] heeft ter verklaring van het uitzetten van zijn telefoon aangevoerd dat zijn batterij bijna leeg was, hij had nog één streepje over. Deze verklaring vindt zijn weerlegging in de omstandigheid dat deze telefoon de rest van de avond aan heeft gestaan. Ook de verklaring van [verdachte] dat hij de telefoon heeft uitgezet omdat hij niet wilde dat zijn vrouw hem belde terwijl hij aan het gebruiken was, acht het hof niet aannemelijk geworden. [verdachte] heeft op geen enkel moment concreet aangegeven waar en wanneer hij verdovende middelen zou hebben gekocht, terwijl het gaat om eenvoudig te verifiëren gegevens die ontlastend kunnen zijn ter zake de op hem rustende verdenking van moord. De stelling van [verdachte] dat de prijzen van verdovende middelen in Leiden lager zijn dan in Zaandam of Amsterdam acht het hof evenmin aannemelijk gelet op het rapport van het Trimbos Instituut en de Jellinek.
De telefoon met het telefoonnummer [telefoonnummer] is na 14 juni 2016 niet meer gebruikt. [verdachte] heeft ter verklaring van deze omstandigheid aangevoerd dat de telefoon gestolen was (zakkenrollerij). Deze omstandigheid is niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld een aangifte. Bij gebreke van een nadere onderbouwing acht het hof deze verklaring niet aannemelijk geworden. Het hof leidt uit het voorafgaande af dat de door [verdachte] gebruikte telefoon zonder aannemelijk geworden verklaring uitstond op 14 juni 2016 tussen 16:25 uur en 18:05 uur en na 14 juni 2016 niet meer gebruikt is.
6.9
[medeverdachte] heeft naar eigen zeggen alles, ook de telefoon die hij bij zich had, weggegooid bij een brug waar hij de Piaggio had geparkeerd.
Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte] zich ontdoet van het sportjack met capuchon en van de telefoon die hij bij zich had door deze weg te gooien bij een brug nabij de Weddesteeg.
Het hof signaleert parallellen tussen de vaststellingen in 6.6, 6.7 en 6.9 en leidt daaruit af dat [medeverdachte] en [verdachte] in de ochtend van 14 juni 2016 samen zijn opgetrokken in de omgeving van de plaats waar later die dag de liquidatie heeft plaats gevonden, zij gelijktijdig in het stationsgebied in Leiden zijn, en hun telefoons, voor zover de nummers daarvan bij de politie bekend zijn, in ieder geval uit hebben gestaan op 14 juni 2016 tussen 16:25 uur en 18:05 uur, terwijl de telefoon van [verdachte] na 14 juni 2016 niet meer is gebruikt.