Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 september 2016.
Hoge Raad
Op 13 april 2012 vond een poging tot woninginbraak plaats aan de [a-straat 1] te [plaats]. Verdachte en drie medeverdachten waren betrokken bij het plan en de uitvoering, waarbij zij met een witte auto arriveerden, de woning observeerden, over een poort klommen en braakschade aanrichtten aan de achterdeur. De politie hield hen op heterdaad aan met inbrekersgereedschap in de auto.
De verdediging voerde aan dat sprake was van onvoldoende bewijs voor medeplegen, onder meer omdat verdachte slechts op de uitkijk stond en niet duidelijk was wie de schade veroorzaakte. Het hof oordeelde echter dat de verdachte en zijn medeverdachten een vooraf duidelijk plan hadden en dat de verdachte een vergelijkbare en inwisselbare rol vervulde, onder meer door vervoer en aanwezigheid tijdens het delict.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor medeplegen, met nadruk op nauwe en bewuste samenwerking en voldoende gewicht van de bijdrage. Het hof heeft dit gemotiveerd vastgesteld en het cassatiemiddel faalt. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor medeplegen poging woninginbraak met braak.