Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt, bezien in samenhang met de toelichting daarop, dat door het hof in respons op het door de verdediging aangevoerde onvoldoende is gemotiveerd dat het de groep beveiligers was die openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen personen en dat sprake was van een plegen van openlijk geweld in vereniging waarvan de verdachte deel uitmaakte, aangezien “enkel het dragen van zwarte kleding [daarvoor] niet redengevend kan zijn”.
Bewijsoverwegingen
Het dossier bevat voldoende bewijs voor een bewezenverklaring(cursivering door mij, EH), maar de vraag is of het hof ook de overtuiging heeft dat mijn cliënt het ten laste gelegde heeft begaan. In het dossier wordt gesproken over vier potige mannen die zwarte kleding droegen. Mijn cliënt is absoluut geen potige man. Vader en zoon [betrokkene 2 en 3] waren daarentegen wel potige mannen. Welke kleding zij droegen, is niet beschreven. Daarnaast is gesproken over een Hollandse jongen die een pet droeg en die, zoals zoon [betrokkene 2] heeft verklaard bij de raadsheer-commissaris, een vrachtwagencabineruit heeft ingeslagen.
tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, klaagt dat het hof met zijn oordeel dat de verdachte met een knuppel tegen een vrachtwagen heeft geslagen waarin zich op dat moment één of meer stakende chauffeurs bevonden, onvoldoende gemotiveerd is voorbijgegaan aan getuigenverklaringen die inhouden dat niet het groepje beveiligers, maar “ [betrokkene 4] ” met een knuppel tegen (de ruit van) de vrachtwagen heeft geslagen.
derde middelbevat de klacht dat de strafoplegging onbegrijpelijk is, althans onvoldoende is gemotiveerd, aangezien het hof er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat de redelijke termijn in feitelijke aanleg tweemaal fors is overschreden.