Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden. Het
tweede middelkomt met verschillende deelklachten op tegen ’s hofs verwerping van het beroep op noodweer ten aanzien van de bewezenverklaarde poging tot zware mishandeling in de zaak met parketnummer 03-700249-17. Ik begin met een bespreking van het tweede middel.
Parketnummer 03-700249-17’ in de ‘aanvulling bewijsmiddelen’ van 18 juli 2019 op het arrest van het hof en de in dat arrest genoemde relevante bewijsoverwegingen.
dashcam’, het die waarneming ten onrechte niet als bewijsmiddel tot het bewijs heeft gebezigd. Voorts zijn die camerabeelden in strijd met art. 340 Sv Pro niet vertoond ter terechtzitting en heeft het hof ten onrechte nagelaten ter terechtzitting mede te delen hetgeen het op die camerabeelden heeft gezien, waardoor de verdediging niet in de gelegenheid is geweest om die waarneming ter discussie te stellen. Aldus is sprake van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM Pro.
waarbij opgemerkt dient te worden dat op normale afspeelsnelheid.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde onder parketnummer 03-700249-17
dashcamdie was geplaatst in de auto van [slachtoffer] , gedateerd 22 juli 2017, waargenomen dat verdachte en zijn medeverdachte [betrokkene 1] zodanig voor de auto van [slachtoffer] reden dat [slachtoffer] er met zijn auto niet langs kon. Nadat [slachtoffer] naar de fietsers had getoeterd, is [betrokkene 1] midden op de weg en voor de auto van [slachtoffer] gestopt met fietsen. Gelijktijdig is verdachte aan de rechterzijde van de weg van zijn fiets gestapt en heeft hij zijn fiets op de standaard gezet. Vervolgens is op de camerabeelden te zien dat verdachte direct daarop in zijn fietstas grijpt en daaruit een kettingslot tevoorschijn haalt, waarmee hij meteen richting de bestuurderszijde van de auto loopt. Op het moment dat verdachte bezig is dit kettingslot uit zijn fietstas tevoorschijn te halen, bevindt [slachtoffer] zich nog in zijn auto.
naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting”over – onder meer – de vraag of de dader strafbaar is. Die clausule waarborgt dat de verdachte in de uitspraak niet wordt geconfronteerd met op de terechtzitting niet ter sprake gekomen en voor hem nadelige gegevens. [7]
eerste middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.