“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van politie Eenheid Midden-Nederland, proces-verbaalnummér PL0900-2015169100-3, d.d. 3 juni 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] , brigadier van politie (pagina’s 131 en 132 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende: als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op woensdag 3 juni 2015 omstreeks 11.46 uur kregen collega’s van wijkteam Zeist/Bunnik opdracht te gaan naar het [A] aan de [a-straat] te Zeist in verband met een mogelijke onwelwording. (...) Tijdens het aanrijden werd door de meldkamer van de eenheid Midden-Nederland de locatie gewijzigd naar de [b-straat] te Zeist. Aldaar is een appartementencomplex gesitueerd die bij het [A] behoord. Ik ben samen met collega [verbalisant 2] aangekomen bij het appartementencomplex en werd door een blanke man met bril aangesproken. De man had het slachtoffer in een van de kamers aangetroffen en heeft 112 gebeld. (...) Bij kamernummer 302 zag ik voor de toegangsdeur een patroonhuls liggen. Deze man die voor mij aan was gelopen had inmiddels de deur van deze kamer geopend. (...) Op dat moment zag ik voor het aanwezige bed een tweede huls liggen. (...) Samen met de ambulancebroeder ben ik de kamer ingegaan om te bekijken of het slachtoffer nog een hartslag had. De broeder constateerde dat het slachtoffer al lijkstijfheid vertoonde. (...) De ambulancebroeder en ik troffen het slachtoffer aan in de badkamer. Ik zag dat het slachtoffer tussen de toiletpot en de muur was gevallen op zijn linkerzij. Ik zag dat het slachtoffer in het zwart gekleed was met een muts op zijn hoofd.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee, District Landelijke en Buitenlandse Eenheden, rnutatienummer PT27Qr/15-048041, d.d. 6 juni 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , bieden wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, documentdeskundigen (pagina’s 162 tot en met 166 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende: als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Onderzocht Document:
(...)
Document : verblijfsvergunning
Land : Spanje
Nummer : [001] (...)
Ten name van:
Naam : [slachtoffer 1]
Voornamen : [slachtoffer 1]
Geboorteplaats : Colombia
Geboortedatum : [geboortedatum] 1978 (...)
Kenmerken:
Aan de onderzochte verblijfsvergunning zijn geen kenmerken van valsheid of vervalsing aangetroffen.
Conclusie:
De verblijfsvergunning is echt en onvervalst.
Onderzocht Document:
(…)
Document: nationaal rijbewijs
Land : Spanje
Nummer : [002] (...)
Ten name van:
Naam : [slachtoffer 1]
Voornamen : [slachtoffer 1]
Geboorteplaats : Colombia
Geboortedatum : [geboortedatum] 1978 (...)
Kenmerken:
Aan het onderzochte rijbewijs zijn geen kenmerken van valsheid of vervalsing aangetroffen.
Conclusie:
Het onderzochte rijbewijs is echt en onvervalst.
3. Het in de wettelijke Vorm opgemaakte proces-verbaal PV bevindingen identificatie [slachtoffer 1] van Team Grootschalige Opsporing (MD), onderzoek […] /
MDRAB15002, d.d. 18 juni 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 5] , hoofdagent van politie, [verbalisant 6] , brigadier van politie, en [verbalisant 7] , brigadier van politie (pagina’s 167 tot en met 169 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] , [verbalisant 6] en [verbalisant 7] :
Op dinsdag 16 juni 2015 werden wij, verbalisanten, gevraagd te gaan naar het mortuarium van het Meander ziekenhuis in Amersfoort in verband met een confrontatie en identificatie van de vermoedelijk genaamd zijnde overleden slachtoffer [slachtoffer 1] , geboren [geboortedatum] 1978. (...)
Dezelfde dag omstreeks 16.00 uur troffen wij, [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , bij de informatiebalie van het Meander ziekenhuis een tweetal Spaans sprekende dames. (...) In het mortuarium troffen wij collega [verbalisant 5] , (...). Ik, [verbalisant 5] , heb uitgelegd dat wij vragen gaan stellen, ondanks de emoties en dat er een confrontatie gevolgd door identificatie zou plaats moeten gaan vinden. (...) Hierop heb ik, [verbalisant 5] , beide betrokken gevraagd om een identificatiebewijs. (...)
De vrouw die aangaf de vriendin van het overleden slachtoffer te zijn is genaamd: [betrokkene 1] , geboren [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] .
De meegekomen vriendin van [betrokkene 1] bleek te zijn genaamd:
[betrokkene 2] geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] .(...)
Vervolgens gaf [betrokkene 3] te kennen dat hij het slachtoffer in een afgesloten aansluitende kamer op zou baren ten behoeve van de conformatie c.q. identificatie. Korte tijd later gaf [betrokkene 3] aan dat het slachtoffer opgebaard lag in de afgesloten kamer. (...) Op het moment dat [betrokkene 1] de kamer inkeek en het slachtoffer zag liggen, hoorde ik haar zeggen, in de voor mij bekende Spaanse taal: “Mijn lieverd! Ik was naar je op zoek.” Of woorden van gelijke strekking. (...) Wij, verbalisanten, zagen beide betrokkenen huilen en emotioneel reageren. (...)
4. Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag d.d. 11 juni 2015, zaaknummer 2015.06.04.030, aanvraagnummer 001, opgemaakt door de beëdigd deskundige A. Maes, NFI-deskundige forensische pathologie, (pagina’s 188 tot en met 193 van het FO-dossier) voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als relaas van rapporteur:
De persoon is dood aangetroffen te Zeist aan de [b-straat 1] op 2 juni 2015 omstreeks een onbekend tijdstip. (...) Volgens ontvangen inlichtingen werd het lichaam van deze onbekende man in de wc/doucheruimte van een hotel aangetroffen. Er waren letsel aan het lichaam en in de hotelkamer werden enkele kogelhulzen aangetroffen. Er werd sectie verzocht om de doodsoorzaak te onderzoeken. (...) Bij sectie werden als gevolg van twee bij leven opgelopen inschoten twee schotkanalen in het lichaam herleid en er werden twee kogels in het lichaam aangetroffen. Er was een schotkanaal door de romp van links naar rechts en voetwaarts met perforatie van de borstkas links en de linkerlong en er was perforatie van de buikholte. In de buikholte waren de maag, de alvleesklier, de aorta en de rechternier geraakt. Er was veel bloed verloren, zowel in de weke delen als in de vrije buikhotel. Het andere schotkanaal verliep vanaf de linkerlies naar de weke delen rechts achter het bekken (bil). In dit schotkanaal waren geen zichtbare grote bloedvaten geraakt. Er was wel veel bloedverlies in de weke delen naast het schotkanaal. Het overlijden kan goed worden verklaard als gevolg van massaal bloedverlies en algehele weefselschade door het opgetreden zuurstofgebrek door beide schotverwondingen tezamen. (...)
Conclusie
Deze onbekende man is overleden als gevolg van verwikkelingen van het bij leven opgelopen schotverwondingen.
5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van politie Eenheid Midden-Nederland, proces-verbaalnummer PL0900-2015168419-10, d.d. 3 juni 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 8] , brigadier van politie, en [verbalisant 9] , aspirant van politie (pagina’s 102 tot en met 104 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende: als relaas van verbalisanten [verbalisant 8] en [verbalisant 9] :
Op dinsdag 02 juli omstreeks 19.10 uur werden wij, verbalisanten gestuurd naar het Antonius ziekenhuis Leidsche Rijn, gelegen aan de Soestwetering te Utrecht,(...) Wij, verbalisanten zagen dat de betreffende zwarte auto ons inhaalde. Wij, verbalisanten zagen dat het rechterachterportier van deze auto open ging en dat er een man min of meer uit de auto kwam vallen en naar voren strompelde. Hierop zijn wij, verbalisanten naar deze man gelopen. Wij, verbalisanten zagen dat hij zijn shirt omhoog trok en zagen dat er 2 gaten in zijn romp zaten. Deze gaten waren ongeveer 1 centimeter in doorsnede. Tevens zagen wij, verbalisanten een dezelfde soort gat in zijn rechterbovenarm zitten. Wij, verbalisanten zagen dat de man nog nauwelijks op zijn benen kon staan. (...) Aangekomen op de Spoedeisende Eerste hulp werd de man vrijwel direct een traumakamer ingereden. Ik, [verbalisant 8] , zag kort voordat de man daadwerkelijk deze kamer ingereden werd, een paspoort in de rechterbroekzak van de man. (...) Wij, verbalisanten hoorden van het behandeld medisch personeel dat de verdachte met spoed overgebracht zou gaan worden naar het Antonius ziekenhuisje Nieuwegein, alwaar hij direct geopereerd zou worden, Een van de dienstdoende verpleegsters bevestigde tegenover ons, verbalisanten, dat zij de verwondingen dat de verdachten in zijn lijf had, beschouwden als schotwonden.
6. Het niet ondertekende en derhalve als ander geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid onder 5, van het Wetboek van Strafvordering, tot het bewijs gebezigde proces-verbaal van bevindingen van politie Eenheid Midden-Nederland, proces-verbaalnummer PL090Q- 201569384-5, d.d. opgemaakt door [verbalisant 10] , brigadier van politie, en [verbalisant 11] , agent van politie (pagina 121 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende: als relaas van verbalisanten [verbalisant 10] en [verbalisant 11] :
Op woensdag 3 juni 2015 omstreeks 14.15 uur kregen wij de opdracht van de operationeel coördinator om te gaan naar het ziekenhuis Antonius, gelegen Koekoekslaan 1 te Nieuwegein. Aldaar moest op bevel van de officier van justitie mr. L. Linssen
[slachtoffer 2]
Geboren [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats]
worden aangehouden (...). Wij zijn vervolgens naar het ziekenhuis gegaan.
7. De geneeskundige verklaring opgemaakt door [betrokkene 4] , chirurg, d.d. 10 juli 2015 (pagina 128 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als medische informatie betreffende [slachtoffer 2] :
Op dinsdagavond 2 juni 2015 kreeg ik [slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum] 1986, onder behandeling.
Hij had een in- en een uitschotwond aan de rechter onderarm zonder dat er tekenen waren van belangrijk vaat- of zenuwletsel. Tevens had hij twee inschotopeningen in de bovenbuik. Hij was goed aanspreekbaar en er waren geen tekenen van groot bloedverlies maar hij gaf wel pijn in de buik aan. Op een röntgenfoto’s waren twee kogels zichtbaar, beiden gelegen inwendig links tegen het bekken aan. Ik heb een spoedoperatie uitgevoerd en daarbij vastgesteld dat de dunne darm in totaal op zeven plaatsen was doorboord. Beperkt bloedverlies, geen tekenen van grote bloeding en geen andere orgaanschade. De beide kogels zaten vast in het weefsel tegen het bekken of zaten in het bot van het bekken, in ieder geval niet waarneembaar vanuit de geopende buik. Ik heb geen poging ondernomen deze kogels te verwijderen omdat ik daarmee onnodig grote schade zou kunnen veroorzaken. Twee delen dunne darm heb ik verwijderd én de darm weer aan elkaar gekoppeld. Daarmee waren alle perforatie openingen uit de buik verwijderd en was de darm weer gesloten. (...)
8. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van politie Eenheid Midden-Nederland, proces-verbaalnummer PL0900-2015168430-22, d.d. 3 juni 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 12] en [verbalisant 13] , beiden surveillant van politie (pagina 95 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
als relaas van verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] :
Op dinsdag 2 juni 2015 omstreeks 19:10 uur bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 12] en [verbalisant 13] , ons in uniform gekleed en met toezicht belast op de openbare weg Utrechtseweg te De Bilt. Wij, verbalisanten, kregen de melding om te gaan naar de huisartsenpost op de Professor Lorentzlaan 76 te Zeist. Daar zou een man zijn binnengelopen met een schotwond in zijn buik. Ter plaatse sprak de beveiliger ons aan. Deze verklaarde het volgende: “Ik zag een man bij ons naar binnen lopen die voorover naar de grond keek en beiden handen op zijn buik hield. Ik zag dat er bloed op zijn shirt zat.” Ter plaatse werd de man behandeld door een arts welke aangaf de wond te herkennen als een schotwond. (...) De man is vervolgens overgebracht naar het UMC ziekenhuis te Utrecht. (...) Het slachtoffer is na aankomst bij het UMC direct de OK opgegaan voor een operatie.
Het slachtoffer bleek te zijn genaamd: (identiteit vastgesteld door middel van een Colombiaans rijbewijs en een Colombiaanse identiteitskaart) (...)
[slachtoffer 3] Geboren. [geboortedatum] -1967
9. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor verdachte van politie Team Grootschalige Opsporing (MD), proces-verbaalnummer 2015169100, onderzoek […] / MDRAB15002, d.d. 17 juli 2015 opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 14] , brigadier van politie, en [verbalisant 15] , aspirant recherchekundige van politie (pagina’s-564 tot en met 582 van het politiedossier), voor zover - zakelijk weergegéven - inhoudende: als weergave van het verhoor van verdachte [verdachte] :
V: Vragen verbalisanten
A: Antwoord verdachte
A: (...) We kwamen terug voor de deal in Zeist. (...) We kwamen aan voor het hotel waar we ook de vorige keer waren geweest. (...)
V: Hoe konden jullie daar naar binnen?
A: We volgden de Colombianen, een van hen deed deur open. We kwamen bij een kamerdeur. Hij klopte. We wachtten even en de deur ging open. (...)
We zijn binnen gekomen en de kennis is op de stoel aan de linkerkant gaan zitten.
En ik ben op het bed gaan zitten. Toen ging het heel snel. Een Colombiaan nam mij bij de schouder. “Kom naar de cocaïne kijken” zei hij. Hij brengt mij bij een tafel links bij de toilet. Er was een koffer half onder de tafel. Hij begint een pakket te openen. Ik kijk en ik zeg tegen de kennis: “Dit lijkt nep. Het is niet echt.” Op dat moment, neemt de Colombiaan me bij mijn hoofd en zegt: “Kijk en tel hoeveel kilo’s er zijn”. En de andere Colombiaan gaat naar mijn kennis en neemt een tas. Op het moment dat hij de tas pakt staat mijn kennis op. Ik volg hem naar de tas. Ik neem de tas uit zijn handen en meteen hoorde ik dat een van de twee Colombianen achter mij op de deur van de wc klopt. Ik weet niet welke van de twee klopte. Het was niet het geluid van de kamerdeur maar van de wc deur dat ik hoorde. Toen ik de tas pakte hoorde ik meteen kloppen. Die Colombiaan daar gaat naar de wc en de kennis volgt hem. De kennis schreeuwt: “Er is een wapen er is een wapen.” Ze waren met zijn tweeën en ze probeerden mij vast te pakken een van de twee had een bivakmuts. De kennis zegt tegen mij: “Neem snel het wapen uit de zwarte tas. Pak snel het wapen.” De kennis was aan het vechten met de Colombiaan.(...)
A: (...) Ik nam het wapen uit de tas. De kennis is rennend uit de wc gekomen. Hij heeft de Colombiaan van zich af kunnen doen. Hij rende uit de wc en ik raakte in paniek. Ik heb dat (maakt gebaar) gedaan en ik begon te schieten.
Noot verbalisant: Verdachte demonstreert hoe hij schoot. Hij doet zijn arm voor zijn ogen en strekt zijn andere arm uit. (...)
A: (...) Ik heb mijn hand op mijn hoofd gezet en ben begonnen te schieten. (...)
V: Wie van de personen in de kamer hadden wapens bij zich?
A: Alleen degene die de bivakmuts had, had een mitrailleur bij zich. Ik was zo (arm voor het hoofd) aan het schieten. Ik kan me alleen die persoon met de bivakmuts en de mitrailleur herinneren. (...)
A: (…) Toen ik de man met de bivakmuts zag werd ik echt bang.
V: Waar kwam die vandaan?
A: Toen de wc-deur openging heb ik hem gezien. Hij was al in de wc-kamer vanaf het begin.
V: Wat zag jij van zijn wapen, van de man met de bivakmuts?
A: Dat was een mitrailleur.
V : Hoe hield hij dat wapen?
A: Ze waren aan het vechten en de kennis was hem aan het overmeesteren dus ik weet het niet precies. (...)
V: Dus je had je arm gestrekt en je andere arm voor je ogen?
A: Ja dat klopt en tussendoor keek ik in een fractie van een seconde nog om me heen. (...)
V: Hoe vaak heb jij geschoten?
A: Ik wil niet liegen, ik weet het echt niet. In zo’n situatie heb je geen tijd om te tellen hoe vaak je schiet.
V: Wat voor wapen was het waarmee jij schoot?
A: een pistool mitrailleur.
10. Het proces-verbaal van de terechtzitting van dit gerechtshof d.d. 5 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
De voorzitter deelt mede dat de volgende stukken aan het dossier zijn toegevoegd:
Het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht d.d. 13 en 14 juli 2017 in de zaak van [betrokkene 5] (16/700115-15).
11. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht d.d. 13 en 14 juli 2017, in de zaak van medeverdachte [betrokkene 5] (16/700115-15), voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende: als verklaring van getuige [verdachte] :
Het wapen was van mij. (...) Dat wapen was van mij en ik was de enige die daar vanaf wist. (...) We zijn naar het appartement gegaan om een deal te sluiten, om 20 kilo cocaïne te kopen. Eigenlijk ging het meteen al mis. Alles is heel snel gegaan. De Colombianen waren op een rare manier opgesteld. Ik hoorde kloppen. Een van de Colombianen liep naar het toilet, gevolgd door de verdachte. Toen kwam er een man met een bivakmuts en een wapen en werd er gevochten. Toen ik de Colombiaan zag aankomen die de deur opendeed, zag ik meteen de man met de bivakmuts en het wapen. De verdachte ging er meteen op af. (...) Toen ik de man met de bivakmuts en de verdachte zag vechten en zag dat de man met de bivakmuts een wapen had, heb ik maar geschoten. De verdachte heeft mij niet gevraagd om te schieten. (...) Het wapen dat ik bij mij had was een pistool mitrailleur, type Scorpion. De man met de bivakmuts had ook een wapen in zijn hand toen hij met de verdachte aan het vechten was. Ik heb toen geschoten. (...). Ik had beide wapens in de zwarte tas. Ik heb de Scorpion uit de tas gehaald toen het gevecht tussen de verdachte en de Colombiaan gaande was. Het andere wapen hield ik in mijn andere hand, maar daar heb ik niet mee geschoten. Ik heb meteen beide wapens uit de tas getrokken. (...) Ik heb met een vuurwapen geschoten. Ik heb niet alleen geschoten op de man waarmee de verdachte aan het worstelen was, maar ook op de anderen. Ik was bang dat zij ook gewapend waren. Ik had de Scorpion in mijn rechterhand en daarmee heb ik geschoten.
12. Het proces-verbaal van getuigenverhoor van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit gerechtshof, d.d. 15 december 2017, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende: als verklaring van [betrokkene 5] :
U zegt toen we in het appartement waren. U vraagt of het klopt dat [verdachte] in de koffer met drugs heeft gekeken. Ja dat klopt. De Colombiaan heeft laten zien hier zijn de drugs. Hij deed de koffer open en direct weer dicht. Er kwam een Colombiaan. Die had de tas gepakt die op de grond lag bij mijn voeten. De Colombiaan is gaan lopen met de tas in zijn hand naar het toilet toe. De Colombiaan liep van de stoel naar de ingang. Ik liep ook zo. Daar hoorde ik geklop. (...) De Colombiaan pakte de tas, liep naar de uitgang, toen hoorde ik geklop. Toen kwamen gewapende mannen binnen en toen ben ik met hen gaan vechten. De gewapende mannen kwamen uit de badkamer. De tas die de Colombiaan bij mijn voeten wegpakte was de tas met het geld. Ik heb twee mannen gezien, zij hadden een bivakmuts op. (...) Ik heb gezegd: ‘Er zijn gewapende mannen, er zijn gewapende mannen”. Ik heb gevochten met de twee Colombianen in de badkamer. Er was een Colombiaan voor mij en een die mij sloeg. Dat waren de Colombianen met de bivakmutsen. Ik schreeuwde: “Er zijn mannen, gewapende mannen”. Ik heb gevochten en toen heeft meneer [verdachte] geschoten.
13. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 5 juni 2018, voor zover - zakelijk weergegeven - inhoudende:
Toen de man met de bivakmuts uit de WC kwam heb ik geschoten. (...) Ik heb de beide wapens uit de tas gepakt op het moment dat ik de man met de bivakmuts en het wapen zag. Ik heb alleen met het automatische vuurwapen geschoten.”