Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelklaagt dat het hof heeft geoordeeld dat de bewezenverklaarde handelingen als uitvoeringshandelingen zijn aan te merken en sprake is van een poging tot invoer van een partij cocaïne, terwijl, gelet op de aard van de delictsomschrijving en de uiterlijke verschijningsvorm van deze gedragingen, de gedragingen als niet meer beschouwd dienen te worden dan als een intentie tot het plegen van strafbare feiten. Het
tweede middelklaagt dat de nadere bewijsoverweging van het hof dat “de partij cocaïne waarover gesproken is reeds op zee dreef en dus al onderweg was naar Nederland” geen steun vindt in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. De middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
Datum: 27-06-2017
Gebelde: [telefoonnummer 1]
: Vanaf hoe laat morgen?
[telefoonnummer 1] : Ja, dus we houden het op twee uur?
drugs kon leveren. Ik heb bemiddeld. Ik zou daar ongeveer € 153.000,- voor krijgen.
Feiten en omstandigheden
Het hof leidt uit het voorgaande af dat: