Conclusie
1.Feiten
leaderzou willen verlengen.
poolvan verzekeraars aanvaard. In het polisblad van 27 oktober 2009 staat vermeld dat de jaarpremie voor de verzekering van JetSupport Coast Guard € 37.500,-- bedroeg. Verder wordt in het polisblad melding gemaakt van het schadeverleden van zowel JetSupport als JetSupport Coast Guard. Dit omdat beide tot hetzelfde concern behoren.
2.Procesverloop
leaderwilde optreden, omdat JetSupport niet heeft toegelicht in welke zin deze schending van de informatieplicht door Rappange tot schade heeft geleid. Kern van het (onder a. bedoelde) verwijt is, aldus het hof, het late (niet proactieve) handelen van Rappange bij het benaderen van mogelijke verzekeraars (rov. 3.10).
surveyte laten uitbrengen met betrekking tot de bedrijfsvoering (het hiervoor in randnummer 2.5 onder c. bedoelde verwijt):
3.Bespreking van het cassatiemiddel
surveyen de consequenties daarvan voor de door JetSupport te betalen verzekeringspremie vóór en na het alsnog laten uitvoeren van een
survey(onderdeel III). Ten slotte betoogt het middel dat het hof enkele in onderdeel IV genoemde omstandigheden ten onrechte niet (kenbaar) in zijn beoordeling heeft betrokken. Ik stel bij de behandeling van de klachten voorop dat het hof in rov. 3.6 de door JetSupport aan Rappange gemaakte verwijten heeft weergegeven en dat tegen deze weergave geen klachten worden gericht, zodat hiervan in cassatie moet worden uitgegaan (hiervoor randnummer 2.5).
Subonderdeel Iafaalt derhalve.
Subonderdeel Icfaalt.
Subonderdeel Idfaalt derhalve.
onderdeel Ivergeefs is voorgesteld.
onderdeel IIricht JetSupport zich tegen het oordeel in rov. 3.14 dat geen causaal verband kan worden aangenomen tussen het aan Rappange verweten nalaten de mogelijkheid van regres aan de verzekeraars te melden en de gestelde schade.
Subonderdeel IIabetoogt daartoe dat, voor zover het hof heeft geoordeeld dat de mogelijkheid van regres de aangezochte verzekeraars niet regardeert, omdat deze mogelijkheid alleen de vorige verzekeraar zou aangaan, dit oordeel onvoldoende is gemotiveerd omdat de mogelijkheid van regres ook iets zegt over de schadehistorie en daarmee het risicoprofiel van JetSupport.
Subonderdeel IIbbetoogt dat het bestreden oordeel evenmin afdoende is gemotiveerd indien het hof heeft geoordeeld dat de mogelijkheid van regres de aangezochte verzekeraars niet regardeert omdat regres vaak kostbare en tijdrovende procedures vereist. Die procedures, zo vervolgt het subonderdeel, gaan nu juist de vorige verzekeraar aan. Bovendien brengt, aldus nog steeds het subonderdeel, de overweging van het hof dat het belang van regres moet worden genuanceerd, nog niet met zich dat aan het regresrecht ieder belang komt te ontvallen. De subonderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Subonderdeel IIaloopt hier op vast. Aan ’s hofs oordeel kan niet worden tegengeworpen dat de moeilijkheden van regres juist NLP, en niet de aangezochte verzekeraars, aangaan. Op zichzelf is juist dat als de concrete regresvordering niet zou slagen, NLP daarvan het rechtstreekse nadeel lijdt, maar hierop zien de – onvoldoende door JetSupport weersproken – stellingen van Rappange niet. Het gaat Rappange er om dat de aangezochte verzekeraars, mede vanwege de door Rappange aangevoerde en door het hof aangenomen moeilijkheden die aan regres verbonden zijn, niet geneigd zijn een schadevoorval bij hun risico-inventarisatie buiten beschouwing te laten vanwege het feit dat de (aspirant-)verzekerde (mogelijk) een regresvordering heeft. Ook
subonderdeel IIbis derhalve tevergeefs voorgesteld.
onderdeel IIniet slaagt.
onderdeel IIIkomt JetSupport op tegen het oordeel in rov. 3.16 over het door Rappange, naar de stelling van JetSupport, te laat adviseren van een ‘survey’. Ik stel bij de behandeling van het onderdeel voorop dat het hof tot uitgangspunt neemt, zo begrijp ik de bestreden rechtsoverweging, dat JetSupport in januari 2010, toen toch nog een
surveywas uitgevoerd, alsnog in staat is geweest om op basis van een
surveyeen verzekeringsovereenkomst te sluiten en daarmee, zij het later, in de toestand is gebracht waarin zij zou hebben verkeerd als de
surveydirect (november 2009) was uitgevoerd. Om die reden heeft het hof in rov. 3.16 onderzocht of JetSupport schade heeft geleden doordat zij in de tussenliggende periode (november 2009-januari 2010) gehouden was een hogere premie te betalen.
surveyte laat is uitgevoerd, ook op heeft beroepen dat dit tot gevolg heeft gehad dat de ná de
surveyovereengekomen premies, in het bijzonder de premie van € 280.000,-- op jaarbasis die in januari 2010 is overeengekomen, hoger waren dan zouden zijn overeengekomen wanneer de
surveydirect na het schadevoorval van 2009 was uitgevoerd. Die stelling mist feitelijke grondslag, nu de passages in de processtukken waarnaar in dit kader wordt verwezen, [8] dit betoog niet bevatten. [9] Het hof kon derhalve volstaan met het beantwoorden van de vraag of schade is geleden in de periode tussen november 2009 (het moment dat naar de stelling van JetSupport een
surveyreeds geïndiceerd was) en het moment dat JetSupport op grond van de alsnog uitgevoerde
surveyeen nieuwe verzekeringsovereenkomst kon afsluiten. In het licht van de (beperkte) stellingen in feitelijke instanties van JetSupport in dit kader, ligt in ieder geval in ’s hofs oordeel in rov. 3.16 voldoende besloten dat JetSupport in januari 2010, toen toch nog een
surveywas uitgevoerd, alsnog in de toestand is gebracht waarin zij zou hebben verkeerd als de
surveydirect (november 2009) was uitgevoerd, waarmee de stelling dat JetSupport met een
surveyin 2009 nog lagere premies had kunnen bedingen, is verworpen. [10]
surveyte adviseren, schade heeft geleden in de vorm van een hogere premie
nadatalsnog een
surveywas uitgevoerd. Ik beperk mij daarom bij het bespreken van de subonderdelen tot het oordeel van het hof dat JetSupport, door het gestelde tekortschieten ten aanzien van de
survey, geen schade heeft geleden in de periode totdat op grond van de alsnog uitgevoerde
surveyeen nieuwe verzekering is afgesloten (met de jaarpremie van € 280.000,--).
surveyte wijzen. Het subonderdeel veronderstelt dat dit oordeel enkel is gestoeld op de vaststelling dat de
surveyalsnog heeft plaatsgevonden en betoogt dat het hof daarmee heeft miskend dat het er – volgens JetSupport – om gaat dat zij schade heeft geleden doordat de
surveyniet direct is uitgevoerd en haar daardoor de kans op een beter resultaat (een lagere jaarpremie voor 2010) is ontnomen.
surveyniet reeds in november 2009 maar pas in januari 2010 heeft plaatsgevonden, een vergelijking heeft gemaakt tussen de situatie voorafgaand aan de (alsnog uitgevoerde)
surveyen de situatie nadat de
surveyhad plaatsgevonden en daarbij heeft geconstateerd dat de door JetSupport ná het beschikbaar komen van de
surveyovereengekomen jaarpremie niet lager was dan de vóór de
survey(tijdelijk) overeengekomen premie. Het hof heeft dus niet geoordeeld dat de vraag of Rappange haar zorgplicht heeft geschonden in het midden kan blijven, enkel vanwege het feit dat later alsnog een
surveyheeft plaatsgevonden, maar omdat JetSupport onvoldoende heeft gesteld dat zij nadeel heeft geleden doordat de
surveylater heeft plaatsgevonden. [11] Subonderdeel IIIafaalt om die reden ook voor zover deze ziet op schade in de periode tot aan de toch nog uitgevoerde
survey(januari 2010).
surveyhad beschikt, dit had geleid tot een jaarpremie lager dan € 250.000,--. Immers betrof de jaarpremie van € 250.000,-- slechts een tijdelijke verzekering en bedroeg de jaarpremie van de uiteindelijk begin 2010 afgesloten verzekering € 280.000,. De klacht faalt, omdat het hof heeft onderzocht of JetSupport nadeel heeft geleden doordat de
surveylater werd uitgevoerd dan in november 2009. Daarbij heeft het hof de periode waarin schade had kunnen ontstaan laten eindigen op het moment dat alsnog een
surveyis uitgevoerd en op grond van die
surveyeen nieuwe premie is uitonderhandeld. De door het hof te beantwoorden vraag was dan ook of JetSupport, in de hypothetische situatie dat in november 2009 al een
surveywas uitgevoerd, in de periode tot aan de uiteindelijk uitgevoerde
survey(januari 2010 [12] ) een lagere premie zou hebben betaald dan dat zij in werkelijkheid heeft gedaan (zijnde: € 250.000,-- op jaarbasis).
Subonderdeel IIIbfaalt.
surveyschade heeft geleden in de vorm van hogere premies voor de jaren 2010 tot en met 2012, en faalt dus omdat het hof slechts heeft beoordeeld, en hoefde te beoordelen, of er schade is geleden in de periode tot aan het moment dat de
surveyalsnog werd uitgevoerd en vervolgens een nieuwe verzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen (hiervoor randnummers 3.16-3.17).
subonderdeel IIIdgaat er, ten onrechte, van uit dat het hof diende te beoordelen of JetSupport schade heeft geleden in de vorm van hogere premies voor de jaren 2010 tot en met 2012, en faalt dus om dezelfde reden.
surveyhad beschikt, ertoe had geleid dat zij een lagere jaarpremie dan € 250.000,-- had kunnen verkrijgen, niet begrijpelijk is gemotiveerd in het licht van een viertal door JetSupport ingenomen stellingen. Ik zal de stellingen, in het subonderdeel als a. tot en met d. aangeduid, hierna kort bespreken. Het gaat hier dus om schade als gevolg van een hogere premie in de periode tot aan het moment dat JetSupport op grond van de toch nog uitgevoerde
surveyalsnog een nieuwe verzekering heeft kunnen sluiten (hiervoor randnummers 3.16 en 3.17).
surveywas uitgevoerd, JetSupport de deugdelijkheid van haar kwaliteitsmanagementsysteem had kunnen tonen om zo het wantrouwen bij kandidaat-verzekeraars weg te nemen. Deze stelling staat echter niet in de weg aan het oordeel van het hof dat JetSupport in de periode tot aan de alsnog uitgevoerde
surveygeen schade heeft geleden. De onder b. genoemde stelling houdt in dat JetSupport in oktober 2010 een nieuwe verzekeringsovereenkomst met een lagere premie (ruim € 80.000,-- lager) heeft kunnen afsluiten, terwijl de omstandigheden niet waren gewijzigd. Uit deze stelling volgt niet dat als JetSupport eind 2009 over een
surveyhad beschikt, zij ook in staat zou zijn geweest een dergelijk lage premie te bedingen. Met stelling c. heeft JetSupport betoogd dat zij er nadeel van heeft ondervonden dat de premie op enig moment € 280.000,-- op jaarbasis is geweest, omdat verzekeraars terughoudend zouden zijn om een eenmaal gerekende premie weer te laten zakken. Ook deze stelling draagt niet bij aan het betoog dat als eind 2009 een
surveybeschikbaar zou zijn geweest, een premie lager dan € 280.000,-- had kunnen worden bedongen, want ziet slechts op de gevolgen van de overeengekomen premie van € 280.000,--. Stelling d. ten slotte, houdt in dat de premie na verloop van tijd is teruggekeerd op het oude premieniveau. Ook uit deze stelling kan niet worden afgeleid waarom verzekeraars eind 2009 wel, maar in januari 2010 niet bereid zouden zijn om aan de hand van een uitgevoerde
surveyhet risico van JetSupport tegen een lagere premie dan € 280.000,-- te verzekeren. De klachten van
subonderdeel IIIezijn dus eveneens vergeefs voorgesteld.
onderdeel III.
onderdeel IVbetoogt JetSupport dat het hof ten onrechte een aantal, in het onderdeel onder a. tot en met l. opgesomde, omstandigheden niet kenbaar heeft betrokken in de beoordeling van de gestelde tekortkoming van Rappange in de nakoming van haar opdracht, althans heeft miskend dat het aan de hand van alle omstandigheden van het geval had moeten beoordelen of Rappange tegenover JetSupport de zorg heeft betracht die van een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot mag worden verwacht.
Onderdeel IVmist doel.