Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
(…)”
Parket bij de Hoge Raad
Op 1 oktober 2015 vond op de Rijksweg A15 te Rotterdam een verkeersongeval plaats waarbij een motoragent ernstig letsel opliep nadat hij door een vrachtwagencombinatie van de aanvrager van achteren werd geraakt. De aanvrager werd door de rechtbank Rotterdam veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en ontzegging van rijbevoegdheid.
De aanvrager diende een verzoek tot herziening in op grond van een nieuw getuigenverklaring die een ander scenario schetst, namelijk dat de motoragent van achteren de vrachtwagen zou hebben ingehaald en vlak voor de vrachtwagen naar links zou zijn geschoten. Deze verklaring werd echter niet ondersteund door andere getuigenverklaringen, het slachtoffer zelf, noch door objectieve gegevens uit het verkeersongevallenanalyse-rapport (VOA).
De Hoge Raad oordeelde dat het nieuwe gegeven niet voldoet aan de vereisten van art. 457 lid 1 sub c Sv Pro, omdat het niet leidt tot een ernstig vermoeden dat de rechtbank bij kennis van dit gegeven tot vrijspraak zou zijn gekomen. De bestaande bewijzen en verklaringen, waaronder die van de motoragent, de aanvrager en het technisch onderzoek, blijven onbetwist en ondersteunen het bewezenverklaarde scenario.
Daarbij benadrukte de Hoge Raad dat ook indien het alternatieve scenario juist zou zijn, dit niet zonder meer tot vrijspraak zou leiden, aangezien het schuldverwijt blijft bestaan dat de aanvrager onvoldoende rekening hield met de dode hoek waarin de motoragent zich mogelijk bevond. Het verzoek tot herziening werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen; de veroordeling wegens aanmerkelijke onvoorzichtigheid en onoplettendheid blijft in stand.