ECLI:NL:PHR:2020:525
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onjuiste behandeling klaagschrift economische raadkamer bij verdenking overtreding Arbeidsomstandighedenwet
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde een klaagschrift ex art. 552a Sv deels niet-ontvankelijk en deels gegrond, met vernietiging van bepaalde gegevens. Het klaagschrift betrof inbeslagname van documenten en gegevensdragers na een arbeidsongeval waarbij een werknemer overleed. De klagers voerden cassatie aan tegen de niet-behandeling door een economische raadkamer.
De Hoge Raad overwoog dat overtredingen van art. 32 Arbeidsomstandighedenwet als economische delicten gelden op grond van art. 1 WED Pro. Volgens art. 38 WED Pro en art. 52 RO Pro dienen economische delicten in eerste aanleg door economische kamers van de rechtbank behandeld te worden, ook als raadkamer. De rechtbank had het klaagschrift echter niet door een economische raadkamer laten behandelen.
De Hoge Raad concludeerde dat de behandeling ten onrechte niet door een economische raadkamer heeft plaatsgevonden en vernietigde de bestreden beschikking. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank Oost-Brabant voor hernieuwde behandeling door een economische raadkamer. Het tweede middel van cassatie behoeft geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor behandeling door een economische raadkamer.