Conclusie
Folksam) strekkende tot faillietverklaring van [verzoekster] B.V. (hierna:
[verzoekster]). Naast haar eigen vordering heeft Folksam een vordering van Staal Beheer B.V. (hierna:
Staal Beheer) op [verzoekster] als steunvordering opgevoerd. [verzoekster] klaagt in cassatie dat het hof zijn oordeel dat summierlijk is gebleken van deze steunvordering niet (toereikend) heeft gemotiveerd.
1.Procesverloop
de Duitse banken [3] ). Als gevolg van financieringsafspraken tussen [verzoekster] en Staal Beheer heeft Staal Beheer voor datzelfde bedrag een (regres)vordering gekregen op [verzoekster] . [4]
wettelijkregresrecht kan volgens [verzoekster] geen sprake zijn omdat in de bankgarantie is bepaald dat Staal Beheer onherroepelijk als zelfstandige verplichting haar verplichtingen garandeert; zij had dus een eigen verplichting om het in de bankgarantie genoemde bedrag aan de begunstigde (Duitse) banken [5] te voldoen. Ook is er volgens [verzoekster] geen
contractueelregresrecht, aangezien Staal Beheer de contragarantie die [verzoekster] had afgegeven, heeft vrijgegeven nadat zij zelf de bankgarantie terug had ontvangen. Voor zover er wel sprake is van een vordering van Staal Beheer op [verzoekster] , dient Staal Beheer zich tot de borgen te wenden voor betaling. Volgens [verzoekster] is er daarom geen vordering van Staal Beheer op haar en is derhalve geen sprake van pluraliteit van schuldeisers. [6]
2.Bespreking van het cassatiemiddel
summierlijk blijktvan het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen (art. 6 lid 3 Fw Pro). Indien een schuldeiser het verzoek doet, moet bovendien summierlijk van zijn vorderingsrecht blijken (art. 6 lid 3 Fw Pro). [11] Onder de feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, valt eveneens de vervulling van het pluraliteitsvereiste. Ook moet dus summierlijk blijken dat sprake is van een steunvordering. [12]
door allerlei excepties en chicanes, die zich steeds zonder moeite laten vinden”. [14]
Onderdeel Iis een inhoudelijk onderdeel dat is opgedeeld in drie subonderdelen (
I.a-I.c) en een (specifieke) voortbouwklacht (
I.d).
Onderdeel IIbevat een (algemene) voortbouwklacht.
De aansprakelijkheid van ondergetekende[ [verzoekster] , toev. A-G]
jegens Staal blijft onverminderd van kracht, zulks in weerwil van de vervaldatum en/of enige andere voorwaarde, ook wanneer deze uit de garantie voortvloeit, zolang Staal niet wederom ter decharge in het bezit is gekomen van de door haar afgegeven garantie of niet uitdrukkelijk door haar correspondent is ontslagen van haar aansprakelijkheid. Tot zolang zal ook de bedongen provisie worden doorberekend.”
subonderdeel I.aklaagt [verzoekster] over ontoereikende motivering van:
Dit betoog wordt verworpen”), en
niet voldaan aan art. 6’-oordeel).
niet ter decharge retour ontvangen’-oordeel),
Vredo/Veenhuis [25] -eis dat zij ten minste zodanig gemotiveerd is, dat zij voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar te maken, zo luidt de klacht.
Vredo/Veenhuis-motiveringseis.
subonderdeel I.cwordt aangevoerd dat hetgeen waarover in de voorgaande subonderdelen wordt geklaagd temeer klemt omdat het hof niet toereikend heeft gerespondeerd op de volgende zes essentiële stellingen die [verzoekster] heeft betrokken met betrekking tot art. 6 van Pro de contragarantie:
zoweldeze garantie vervallen verklaard heeft,
alsvervolgens de contragarantie vrijgegeven heeft; [26]
ter decharge” in art. 6 van Pro de contragarantie geen zelfstandige betekenis hebben en dat de retournering als zodanig te kwalificeren is als ‘ter decharge’, terwijl, indien het begrip “ter decharge” in de contragarantie als een nader uitdrukkelijk vereiste zou gelden, Staal Beheer dat aan de contragarant ( [verzoekster] ) kenbaar had moeten maken, nu [verzoekster] niet de (retour) ontvangende partij van de bankgarantie was, en uit het standpunt van Staal Beheer dat de bankgarantie verviel of vrijgegeven was, afgeleid dient te worden dat Staal Beheer de retournering als ‘ter decharge’ aangemerkt heeft; [30]
a fortioriniet voldaan aan de
Vredo/Veenhuis-eis, zo luidt de klacht.
subonderdelen I.a en I.bvoldoen mijns inziens niet aan de (op de voet van art. 407 lid 2 Rv Pro) aan een cassatiemiddel te stellen eisen en moeten reeds daarom worden verworpen. In geval een motiveringsklacht wordt aangevoerd (zoals in de subonderdelen I.a en I.b het geval is), dient [verzoekster] immers met bepaaldheid en precisie aan te geven tegen welk gedeelte van de uitspraak zij opkomt, en
waaromde motivering van dat gedeelte van de uitspraak tekortschiet. [33] Hieraan is niet voldaan.
niet aan de door het hof miskende ‘Vredo/Veenhuis’-motiveringseis” voldoet. Waarom de motivering van het hof tekortschiet, vermeldt de klacht niet.
contractueelregresrecht van Staal Beheer op [verzoekster] is ontstaan.
geëindigdingevolge het bepaalde in art. 6 van Pro de contragarantie, althans (b) dat zij op grond van feiten en omstandigheden, in het bijzonder het door Staal Beheer vrijgeven van de contragarantie, erop mocht vertrouwen dat Staal Beheer
afstandheeft gedaan van haar vorderingsrecht.
ter dechargeretour heeft ontvangen of (ii) de correspondent van Staal Beheer haar uit haar aansprakelijkheid heeft ontslagen. Beide omstandigheden hebben zich volgens Folksam niet voorgedaan. Staal Beheer heeft de bankgarantie weliswaar retour ontvangen, maar dat was niet
ter decharge,aldus Folksam. Ook is Staal Beheer niet door haar correspondent uit haar aansprakelijkheid ontslagen. Deze omstandigheid lijkt volgens Folksam te zien op de situatie dat de garantie op verzoek van Staal Beheer door een andere bank (de correspondent) is gesteld, maar een dergelijke situatie doet zich volgens Folksam niet voor. [35]
an sichkwalificeert volgens [verzoekster] als ‘ter decharge’. Volgens [verzoekster] dient uit het standpunt van Staal Beheer dat de bankgarantie verviel of was vrijgegeven, te worden afgeleid dat Staal Beheer de retournering als ‘ter decharge’ heeft aangemerkt. [36]
ter dechargeretour heeft ontvangen. Dit oordeel is – met inachtneming van de (hiervoor geschetste) toets die door de rechter moet worden uitgevoerd en de motiveringseisen die gelden in een procedure zoals de onderhavige – niet onbegrijpelijk, gezien de tekst van art. 6 van Pro de contragarantie (‘ter decharge’), de (hiervoor weergegeven passages uit de) feitelijke gedingstukken alsmede de voortdurende onduidelijkheid over het retour ontvangen door Staal Beheer van de bankgarantie. [38]
temeer’ en de verwijzing naar ‘
art. 6’) en p. 7 (‘
hetgeen waarover de subonderdelen I.a en I.b klagen’). Als zodanig heeft het subonderdeel geen zelfstandige betekenis.
prijsgegeven(dus betoog (b) zoals hiervoor weergegeven in 2.20).
stelling agerespondeerd.
ter dechargeretour heeft ontvangen, waardoor de aansprakelijkheid van [verzoekster] niet op grond van art. 6 van Pro de contragarantie is geëindigd.
prijsgegevenniet wordt gevolgd. Met zijn oordeel dat niet kan worden gezegd dat [verzoekster] gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat Staal Beheer met het vrijgeven van de contragarantie afstand heeft gedaan van haar vorderingsrecht op [verzoekster] , heeft het hof (in voldoende mate en op begrijpelijke wijze [39] ) gerespondeerd op (dit onderdeel van) stelling a.
alledoor [verzoekster] aangevoerde stellingen in te gaan.
stelling cis toereikend gerespondeerd door het hof.
stellingen zoals vermeld onder ddoen aan de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof in rov. 2.6 niet af.
derden(middels processtukken) op het standpunt heeft gesteld dat zij geen betalingsverplichting meer had onder de bankgarantie wegens de retournering ervan, (ii) zelf gesteld heeft dat deze contragarantie vrijgegeven is, (iii) geen expliciet voorbehoud heeft gemaakt ter zake van het vrijgeven van deze contragarantie en (iv) Staal Beheer pas na uitbetaling aan de Duitse banken in 2016 weer in de pen geklommen is en [verzoekster] verzocht heeft om tot betaling over te gaan, doet hier volgens het hof kennelijk niet aan af. Dit is niet onbegrijpelijk, gezien het oordeel van het hof dat Staal Beheer de bankgarantie niet
ter dechargeretour heeft gekregen en de aansprakelijkheid van [verzoekster] daarom niet op grond van art. 6 van Pro de contragarantie is geëindigd. Dat Staal Beheer hier zelf eerder anders over dacht, maakt de huidige situatie niet anders.
jegens haargerichte acties (het vrijgeven van de contragarantie - het creditsaldo - en het niet langer in rekening brengen van provisies) niet mocht afleiden dat Staal Beheer afstand had gedaan van haar (regres)rechten onder de contragarantie. Daarbij zij (wederom) opgemerkt dat niet vereist is dat het hof expliciet op
allestellingen van [verzoekster] ingaat.
ter dechargeretour heeft ontvangen. Hiermee heeft het hof in voldoende mate op de
stelling(en) onder egerespondeerd. Zoals gezegd, is niet vereist dat het hof expliciet op
allestellingen van [verzoekster] ingaat.
in [verzoekster] visieStaal Beheer door het (retour)ontvangen van de bankgarantie het boek ter zake van haar verplichting jegens de begunstigden sloot en dat Staal Beheer daarmee tevens het boek sloot ter zake van de contragarantie,
stelling f, is eveneens aan bod gekomen in rov. 2.6. Het hof heeft immers de twee omstandigheden waaruit volgens [verzoekster] kan worden afgeleid dat Staal Beheer blijk heeft gegeven van het eindigen van de aansprakelijkheid van [verzoekster] jegens Staal Beheer (zoals weergegeven in het beroepschrift van [verzoekster] , onder 23) besproken in rov. 2.6.
subonderdeel I.ddeel het lot van de voorgaande subonderdelen en faalt eveneens.
onderdeel II.