Conclusie
[eiseres]) en verweerster in cassatie als onderaannemer (hierna:
[verweerster]) gesloten (onder)aannemingsovereenkomst voor het realiseren van 39 appartementen. Aanleiding voor het geschil is onder meer dat de overeengekomen oplevertermijn is overschreden doordat vertraging is opgetreden in de aanleg – door Stedin – van de tracés voor elektra, gas en water ten behoeve van de aansluiting van de appartementen op deze nutsvoorzieningen (de zogenaamde nutstracés). Volgens [eiseres] rustte de verantwoordelijkheid voor de aanleg van nutsvoorzieningen op grond van de (onder)aannemingsovereenkomst op [verweerster] en heeft [eiseres] als gevolg van de overschrijding van de oplevertermijn recht op een korting op de aanneemsom. De rechtbank heeft [eiseres] in het gelijk gesteld. Het hof is daarentegen tot het oordeel gekomen dat [verweerster] op grond van onderaannemingsovereenkomst niet verantwoordelijk was voor de aanleg van de nutstracés. In cassatie richten de klachten zich tegen dit oordeel van het hof en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen.
1.Feiten en procesverloop
Westhoek Wonen), als opdrachtgever, hebben in augustus 2011 een concept-aannemingsovereenkomst [2] opgesteld voor het realiseren van 39 appartementen in een bestaand pand ( [pand] ) op het perceel [a-straat 1] te [plaats] (hierna:
het werk).
de Technische omschrijving [3] ). Daarop zijn de UAV 1989 van toepassing verklaard. In deze Technische omschrijving is onder meer bepaald:
Aansluitkosten
De uit te voeren werkzaamheden zijn u bekend, de aanwezige stukken in uw bezit en uitgangspunten besproken en aan u overhandigt op vrijdagmorgen 26 augustus 2011.
GW) voor het werk gesloten. In deze aannemingsovereenkomst is onder meer opgenomen dat bij te late oplevering, [eiseres] een boete verbeurt van € 50 per appartement of bedrijfsunit per werkbare werkdag.
de overeenkomst van 16 oktober 2012 [7] ). In de considerans van deze overeenkomst zijn de Technische omschrijving, de opdrachtbevestiging van 29 augustus 2011 en de “voorwaarden GroenWest” van toepassing verklaard. Voorts zijn de Algemene voorwaarden voor aannemingen in het bouwbedrijf 1992 (
AVA 1992 [8] ) van toepassing verklaard. Ook is bepaald dat [eiseres] 10% provisie op meer-/minderwerk zal ontvangen. Tenslotte is bepaald dat oplevering van de 39 appartementen uiterlijk op 15 december 2012 zal plaatsvinden.
hoofdsomvan € 400.244,68 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
kortingover de periode van 15 december 2012 tot en met 28 juni 2013 ten bedrage van € 239.850,-. [11]
hoofdsom€ 374.063,97, vermeerderd met wettelijke handelsrente, en
stagnatieschadevan [verweerster] , op te maken bij staat,
2.Bespreking van het cassatiemiddel
compleetzou uitvoeren. In de Technische omschrijving is volgens de rechtbank voorts opgenomen dat de aansluitkosten van de installaties in de aanneemsom zijn begrepen (…). Gelet op deze afspraken moet het er volgens de rechtbank voor worden gehouden dat de aanleg van de nutsvoorzieningen behoorde tot het complete werk dat aan [verweerster] is opgedragen. (…)
[eiseres] jegens GWhiervoor niet verantwoordelijk was, gelet op art. 9 van Pro de op de overeenkomst GW- [eiseres] toepasselijk verklaarde Stiwoga-voorwaarden, waardoor (ii) ook
[verweerster] jegens [eiseres]hiervoor niet verantwoordelijk is (rov. 6.5).
niettot de aannemingsovereenkomst behoort (rov. 6.6).
afgeweken, en dat dus [eiseres] jegens GW en, in het verlengde daarvan, [verweerster] jegens [eiseres] wél verantwoordelijk was voor de aansluiting op de nutsvoorzieningen (rov. 6.6).
argumentendie [eiseres] heeft aangevoerd ter onderbouwing van haar betoog dat uit de aannemingsovereenkomst GW- [eiseres] volgt dat [eiseres] jegens GW verantwoordelijk was voor de aanleg van de nutstracés en, in het verlengde daarvan, [verweerster] jegens [eiseres] , te weten:
onvoldoende heeft onderbouwd(rov. 6.9, eerste volzin) doen volgens het hof niet af de door [eiseres] gestelde omstandigheden dat:
ten eerstedat het hof bij de interpretatie van de aannemingsovereenkomst en de Technische omschrijving en de uitleg van de omvang van de aan [verweerster] opgelegde verplichtingen in rov. 6.7-6.9 de zogenaamde Haviltex
-maatstaf niet, althans niet op de juiste wijze heeft toegepast en heeft miskend dat bij afspraken tussen commerciële partijen aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen groot gewicht moet worden toegekend. [22]
-maatstaf bij de uitleg van een overeenkomst aan op de zin die partijen redelijkerwijs aan de bepalingen in die overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [23] Bij de toepassing van deze maatstaf dient de rechter rekening te houden met alle relevante omstandigheden van het gegeven geval.
Lundiform/Mexx [24] waarnaar het subonderdeel verwijst – volgt dat bij de toepassing van de Haviltex-maatstaf onder omstandigheden groot gewicht kan worden toegekend aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen van de overeenkomst.
tweedeplaats dat hof heeft miskend dat beslissend blijft de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de aannemingsovereenkomst en de Technische omschrijving mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten en dat een juiste toepassing van die maatstaf gelet op de gedingstukken tot geen andere gevolgtrekking kan leiden dan dat de aanleg van de nutsvoorzieningen wel degelijk uitmaakte van het werk (zoals overeengekomen tussen [eiseres] en GW). [29]
De aansluitkosten van de installaties zijn in de aanneemsom inbegrepen. Het betreft gas, elektra en water, alsmede CAI en telefoonaansluiting tot in de meterkasten van de appartementen.”, vormen – anders dan het hof heeft aangenomen – ten minste een aanwijzing voor het feit dat de verantwoordelijkheid voor de aanleg van de nutsvoorzieningen op [verweerster] rustte.
aanwijzingvormen voor het feit dat de verantwoordelijkheid voor de aanleg van de nutsvoorzieningen op de aannemer rustte, brengt niet per definitie mee dat het door de klacht bestreden oordeel van het hof onbegrijpelijk is. De constatering dat de bewoordingen in de Technische omschrijving een aanwijzing vormen betekent immers niet dat een andere uitleg van de bewoordingen van de Technische omschrijving niet mogelijk is.
vierdeklacht van het subonderdeel is de beslissing van het hof, nu die zo moet worden begrepen dat [eiseres] door GW en [verweerster] door [eiseres] wordt betaald voor de aansluitkosten van de installaties en dat GW de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van de nutstracés zelf moet verrichten, onjuist, althans onbegrijpelijk, omdat partijen deze betekenis niet redelijkerwijs aan de aannemingsovereenkomst en de Technische omschrijving konden toekennen. Dit zou immers meebrengen dat GW als opdrachtgever van [eiseres] verantwoordelijk zou zijn voor de aanleg van nutstracés, terwijl zij als gevolg daarvan zelf verantwoordelijk zou zijn voor vertraging bij de oplevering van de appartementen indien die vertraging het gevolg zou zijn van vertraging bij de aanleg van de nutstracés.
vijfdeen laatste klacht van subonderdeel 1.1 is zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk dat het hof betekenis toekent (in de laatste volzinnen van rov. 6.8) aan het speciaal benoemen van de inprijzing van aansluitkosten in de aanneemsom en de Stiwoga-voorwaarden, mede in het licht van de stellingen van de [eiseres] :
onder (a)dat het betoog van [verweerster] dat het feit dat de aansluitkosten apart zijn benoemd in de overeenkomst een bijzondere aanwijzing vormt dat de aanleg en aansluiting van de nutsvoorzieningen niet behoorden tot het door [eiseres] aan [verweerster] opgedragen werk onnavolgbaar is, is in de vindplaats waarnaar het onderdeel verwijst (memorie van antwoord, par. 4.42) niet verder toegelicht/onderbouwd (zie het citaat hiervoor, onder 2.27).
stelling (b)dat de Stiwoga-voorwaarden moeten wijken voor de door partijen in de overeenkomst gemaakte afspraken (conclusie van antwoord in conventie, par. 75) volgt weliswaar dat [eiseres] heeft gesteld dat de Stiwoga-voorwaarden moeten wijken voor de door partijen gemaakte afspraken, maar niet waarom dit zo zou zijn. In par. 75 is door [eiseres] immers slechts het volgende naar voren gebracht:
onder (c)is in het subonderdeel niet uiteengezet waarom de omstandigheid dat het hof niet op die stelling is ingegaan het door het onderdeel bestreden oordeel onbegrijpelijk zou maken. Dat het hof (expliciet) op die stelling had moeten ingaan is ook niet in te zien, nu (i) [eiseres] “
Los van het voorgaande en ten overvloede” heeft opgemerkt dat uit niets volgt dat de winst/risico-opslag niet ook over de aansluitkosten is berekend (memorie van antwoord, par. 4.42, zie hiervoor, onder 2.27)) en (ii) deze stelling door [eiseres] niet nader is onderbouwd, en dus ook niet is inzichtelijk was voor het hof waarom die omstandigheid volgens [eiseres] zou meebrengen dat en waarom aan het speciaal benoemen van de inprijzing van aansluitkosten in de aanneemsom – als door [verweerster] naar voren is gebracht (memorie van grieven, par. 77, zie hiervoor, onder 2.26) – geen waarde gehecht zou kunnen worden.
eersteplaats dat het hof bij de interpretatie van de aannemingsovereenkomst en de Technische omschrijving heeft miskend dat ook gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst van belang kunnen zijn voor de aan die overeenkomst te geven uitleg. [35]
tweedeplaats dat de interpretatie van het hof, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk is gelet op de door [eiseres] naar voren gebrachte omstandigheden (van na het sluiten van de overeenkomst) dat [verweerster] feitelijk de aansluiting bij Stedin heeft aangevraagd en met de uitvoering van de aanleg van de nutsvoorzieningen ook feitelijke bemoeienis heeft gehad. [36] Weliswaar heeft het hof die omstandigheden in rov. 6.9 vermeld, maar heeft het niet gerespondeerd, althans niet afdoende, op die door [eiseres] aangevoerde omstandigheden.
subonderdeel 1.3is de door het hof aan de aannemingsovereenkomst en de Technische omschrijving gegeven interpretatie onjuist, althans, zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk, doordat het hof bij die interpretatie niet (althans niet kenbaar) de vaststaande omstandigheid heeft betrokken dat uit een regeling tussen GW en [eiseres] [40] blijkt dat zij ervan uitgingen dat de oplevering te laat heeft plaatsgevonden en waaruit (in ieder geval impliciet) volgt dat de aanleg van de nutsvoorzieningen wel tot het werk behoorde. [41]
temeeronbegrijpelijk, zo vervolgt het subonderdeel, in het licht van:
stelling (a)dat het opnemen van de aansluitkosten in de aanneemsom een (sterke) aanwijzing vormt voor het feit dat de verantwoordelijkheid komt te rusten bij degene die de betaling daarvoor ontvangt en uit niets volgt dat de winst/risico-opslag niet ook over de aansluitkosten is berekend [45] , heeft het hof voldoende gerespondeerd, danwel hoefde het hof niet te responderen (zie hiervoor, onder 2.21 e.v. en 2.40 e.v.).
stelling (b)dat [verweerster] Stedin in 2013 aansprakelijk heeft gesteld vanwege de vertragingen in de uitvoering van de door haar aan Stedin verstrekte opdracht voor alle door haar te lijden schade als gevolg daarvan [46] , is niet onbegrijpelijk. Die stelling is terloops ingenomen en de omstandigheid dat [verweerster] Stedin aansprakelijk heeft gesteld – indien juist – is niet onverenigbaar met het standpunt van [verweerster] in deze procedure dat zij jegens [eiseres] op grond van de overeenkomst niet verantwoordelijk is voor de aanleg van de nutstracés. Een aansprakelijkstelling kan immers ook verstuurd worden in het kader van behoud van rechten.
stelling (d)dat [eiseres] zich nimmer heeft bemoeid met de aanleg van de nutsvoorzieningen en evenmin aan [verweerster] heeft voorgeschreven hoe de kabels en leidingen over het perceel zouden moeten worden aangelegd, zoals, volgens [eiseres] , blijkt uit de correspondentie tussen [verweerster] en [eiseres] [50] , alsmede
stelling (e)dat [eiseres] al bij e-mail van 6 november 2012 duidelijk heeft gemaakt dat zij geen verantwoordelijkheid droeg voor de aanleg van het nutstracé (“het hele kabels en leidingen verloop is uw verantwoording”) [51] , hoefde het hof naar mijn mening niet te responderen. De omstandigheid dat [eiseres] naar eigen zeggen geen verantwoordelijkheid droeg voor de aanleg van de nutstracés, brengt immers niet mee dat die verantwoordelijkheid bij [verweerster] lag.
onderdeel 2vitieert het slagen van een de klachten van onderdeel 1 (in ieder geval) tevens de beslissingen van het hof in rov. 6.12 (over de bouwtijdverlenging), rov. 6.41 (de recapitulatie) en rov. 6.42 en 6.43 (over de buitengerechtelijke incassokosten).