“5 Bespreking en Interpretatie
Uitwendige letsels
De bij [verdachte] uitwendig waargenomen letsels bestaan uit schaaf- en kraswonden en uit bloeduitstortingen.
Schaafwonden en kraswonden zijn oppervlakkige huidbeschadigingen die ontstaan door de inwerking van uitwendig mechanisch afschavend geweld en/of frictie, zoals door (zich) bewegen langs een ruw voorwerp of oppervlak, of (zich) krassen met of aan een hard puntig voorwerp, lichaamsdeel of uitsteeksel. Omdat een auto deze kenmerken ook kan hebben, kan deze (mede) in aanmerking komen als veroorzakend voorwerp/oppervlak.
Bloeduitstortingen ontstaan door de inwerking van uitwendig botsend en/of samendrukkend mechanisch geweid, zoals door (zich) slaan of stoten met of tegen een hard voorwerp, lichaamsdeel of hard uitsteeksel, en/of door hard samendrukken van weefsels zoals bijvoorbeeld door krachtig vastpakken of knijpen. Bloeduitstortingen kunnen zowel in de onderhuidse weefsels als in de huid optreden en manifesteren zich als meer of minder scherp omschreven huidverkleuringen, zogenaamde 'blauwe plekken'.
Daarnaast bevond zich een scherprandige huidklieving (C.) ter hoogte van de rechterenkel voorzien van chirurgisch hechtmateriaal, passend bij een chirurgische behandeling.
De onder A., B., D., E., F., G., H., en L, beschreven huidbeschadigingen aan beide benen, de linkerelleboog en het achterhoofd, berusten op huidafschavingen. Deze huidafschavingen zijn dermate aspecifiek dat zij niet nader kunnen worden toegeschreven aan een specifiek voorwerp en/of oppervlak.
De huidafschaving aan de binnenzijde van het linkerbovenbeen (G.) onderscheidt zich van de overige huidafschavingen omdat deze, mede gezien de zwarte verkleuring, mogelijk duidend op plaatselijk weefselversterf en de scherpere begrenzing aan met name de kruinwaartse zijde, relatief dieper lijkt dan de overige huidafschavingen. Een dergelijke, tamelijk abrupte, diepere huidafschaving kan worden verklaard door bijvoorbeeld een lokale, langduriger inwerking van afschavend geweld of frictie op de huid, door bijvoorbeeld een ruw voorwerp of oppervlak dat zich gedurende langere tijd beweegt op of langs eenzelfde huidgebied. Een ten opzichte van het contactpunt (op de huid) bewegend (roterend en/of wrijvend) voorwerp kan derhalve een goede verklaring vormen voor dit letsel.
De onder I. beschreven bruine verkleuringen aan de voorzijde van de rechterbekkenkam kunnen op basis van het fotomateriaal niet goed worden geduid. Deze kunnen passen bij plaatselijke pigmentaties alsmede bij lokale huidbeschadigingen met korstvorming.
De onder J. beschreven huidbeschadiging aan de voorzijde van de linkerbekkenkam kan verklaard worden door een oppervlakkige huidafschaving, in combinatie met een onderhuidse bloeduitstorting, opgeleverd door een combinatie van afschavend en stomp botsend geweld en/of frictie.
De onder K. beschreven paarsblauwe verkleuring aan de linkerbil is, mede omdat deze kennelijk niet zichtbaar was ten tijde van het forensisch medisch onderzoek in Frankrijk, passend bij een onder invloed van de zwaartekracht uitgezakte bloeduitstorting, opgeleverd door al dan niet lokaal stomp botsend geweld.
Medisch dossier en radiologisch beeldmateriaal
De bij onderzoek op 28-06-2014 gediagnosticeerde botbreuken bevonden zich ter hoogte van beide knieën en van de rechterenkel.
De breuken aan de linkerknie toonden zowel tekenen van samendrukking ('compressie') aan de binnenwaartse zijde als uitrekking ('tractie') met afscheuring van bot door trekkracht van de kniebanden ('avulsie') aan de buitenwaartse zijde.
Een dergelijke combinatie van botbreuken kan worden verklaard door een krachtsinwerking waarbij verdraaiing ('torsie') van de knie optreedt, in combinatie met samendrukken van de binnenzijde van de knie en 'uitrekking' van de buitenzijde van de knie. (Zie afbeelding 7, waarin de rode pijlen de richtingen van de krachtsinwerking op het kniegewricht aangeven).
De breuk aan de rechterknie bestond uit een lijnvormige breuk van het bovenste deel van het kuitbeen ('fibulakopje'), zonder verplaatsing van botdelen. Een dergelijke breuk, loodrecht op de lengterichting van het bot, wordt doorgaans opgelopen door een krachtsinwerking loodrecht op de lengterichting van het bot, zoals door direct botsend geweld. (Zie afbeelding 8, waarin de rode pijl de richting van de geweldsinwerking op de zijkant van de knie aangeeft).
[Afbeelding 7] [Afbeelding 8]
De 'bimalleolaire luxatiefractuur' van de rechterenkel bestond uit een breuk van het rechterkuitbeen ('distale fibula') en van het rechterscheenbeen ('distale tibia') , juist boven het sprongbeen, met verplaatsing van het rechterscheenbeen ten opzichte van het sprongbeen naar rugwaarts. Een dergelijke breuk, met verschuiving van het onderbeen naar middenwaarts en voorwaarts ten opzichte van de voetwortel, kan worden opgeleverd door een krachtsinwerking vanuit rechts zijwaarts op het been met draaiing ('torsie'), bij een gefixeerde voet. De richting van de veroorzakende krachtsinwerkingen is op afbeelding 9 aangeduid met de rode pijlen.
[afbeelding 9]
De combinatie van deze breuken kan derhalve verklaard worden door een geweldinwerking vanuit de rechterzijde op de zijkant van de rechterknie ter hoogte van het fibulakopje, waarbij een torsiekracht op het rechterbeen wordt uitgeoefend door een gefixeerde rechtervoet (bijvoorbeeld op de ondergrond).
Samengevat kan het geheel aan fracturen worden verklaard door een situatie waarin botsend geweld heeft plaatsgevonden op de zijkant van de rechterknie, ter hoogte van het fibulakopje. Dit verklaart de dwarse breuk van het fibulakopje. De breuk van de enkel kan verklaard worden doordat bij deze geweldinwerking torsie op het onderbeen ten opzichte van de gefixeerde rechtervoet optrad.
De breuken aan de linkerknie kunnen in deze dynamiek worden verklaard door de gelijktijdig op deze (gestekte) knie inwerkende 'variserende' kracht, waarbij de binnenzijde van de knie wordt samengedrukt en de kniebanden aan de buitenzijde worden uitgerekt, waardoor aan de binnenzijde een 'samendrukkingsfractuur' (compressiefractuur) ontstaan en een 'uitrekkingsfractuur' (avulsiefractuur) aan de buitenzijde van de knie.
Een scenario waarbij [verdachte] voor een stilstaande auto zou hebben gestaan, waardoor (met name) zijn rechtervoet gefixeerd was, waarna hij door een andere auto zijwaarts werd aangereden tegen de benen, kan derhalve een goede verklaring vormen voor het geheel aan botbreuken.
Of [verdachte] vervolgens tevens zou zijn overreden door het voertuig, kan op basis van de vastgestelde breuken en overige letsels niet worden vastgesteld.
Het tweede scenario, waarbij [verdachte] nabij het achterwiel van een stilstaande auto zou hebben gestaan, waarbij hij bekneld raakte nadat een andere auto schuin tegen hem zou zijn aangereden dan wel dat hij over die auto werd heen gedrukt komt qua geweldinwerkingen op de benen vrijwel overeen met het eerder genoemde scenario, en kan derhalve óók een verklaring vormen voor het geheel aan botbreuken.
Een scenario waarbij [verdachte] als voetganger zou zijn aangereden door een voertuig, zoals tijdens het joggen vormt, gezien het hierbij ontbreken van een krachtsinwerking op het been waarbij de voet gefixeerd is, geen goede verklaring voor het geheel aan botbreuken. Ook een scenario waarbij met stokken geslagen zou zijn op de benen, is gezien het hierbij doorgaans ontbreken van torderende kracht op het rechterbeen geen goede verklaring voor het geheel aan botbreuken.”