‘
Betrouwbaarheid
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte aangevoerd dat de verklaring van getuige [betrokkene 1] als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt nu hij 5 maal een verschillende verklaring heeft afgelegd. De voor verdachte belastende verklaringen zouden derhalve niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden.
Het hof overweegt in dit verband dat de voor verdachte belastende verklaring van verdachte concreet en gedetailleerd zijn en bovendien steun vinden in de in het dossier aanwezige gegevens zoals sms-berichten en telefoontaps. Het hof acht deze verklaringen betrouwbaar en derhalve bruikbaar voor het bewijs.
Feit 1
De raadsman heeft vrijspraak van feit 1 bepleit en daartoe aangevoerd dat opzet op de uitvoer van hennep naar Duitsland niet kan worden bewezen. Daarnaast heeft verdachte volgens de raadsman geen significante bijdrage geleverd gericht op gezamenlijke uitvoering van het ten laste gelegde, zodat ook het medeplegen niet kan worden bewezen.
In het strafrechtelijk onderzoek zijn diverse telefoongesprekken opgenomen en afgeluisterd en sms-berichten uitgewerkt. Daaruit is bij de politie het vermoeden ontstaan dat in opdracht van [medeverdachte] drugstransporten vanuit Nederland naar Duitsland zijn uitgevoerd. Daarvoor werden koeriers gebruikt: [betrokkene 1] en [betrokkene 3] . Ook verdachte is in dit onderzoek in beeld gekomen.
Uit het onderzoek telecommunicatie op toestellen in gebruik bij [medeverdachte] blijkt dat hij contact had met [verdachte] , die zich, zo heeft verdachte ter zitting in hoger beroep aangegeven, ook wel [verdachte] liet noemen. Bij een aantal van deze telefoongesprekken was sprake van versluierd taalgebruik.
Op 26 juni 2013 is een transport van hennep uitgevoerd door [betrokkene 1] en op 22 oktober 2013 is een transport verricht door [betrokkene 3] . [betrokkene 3] is in Duitsland aangehouden door de Duitse politie.
Op 25 juni 2013 om 19:30:35 uur werd een gesprek gevoerd tussen [medeverdachte] en [verdachte] :
[medeverdachte] : [verdachte] !
[verdachte] : Hey euhmm wanneer moet het klaar zijn?
[medeverdachte] : Euhmmm als het vanavond voor 10 uur komt dan zou het goed zijn.
Dan... euhmm hoe laat kun je het brengen?
[verdachte] : Rond 11 uur.
[medeverdachte] : Akkoord.
[verdachte] : Is de witte Caddy klaar? Is die al gekomen?
[medeverdachte] : We hebben zijn auto nog niet kunnen maken. Wanneer is het nodig?
[verdachte] : Euhmm voor morgen, uiterlijk donderdag.
[medeverdachte] : De aanhangwagen is er.
[verdachte] : Hoe moet het met die ouwe.
[medeverdachte] : Oftewel ik zal die zwarte ophalen, zal dan de zwarte halen..
[verdachte] : Ja, ja, dan moeten we die zwarte voor een dag nemen.
[medeverdachte] : Welke dag dan?
[verdachte] : Ik wacht nu op bericht, als het bericht komt dan heb ik het voor die dag nodig. Donderdag euhmm gaan we zeker daar heen, is dat goed.
Op 25 juni 2013 om 21:05:56 uur werd er vanaf het mobiele nummer (het hof begrijpt: het bij verdachte in gebruik zijnde mobiele nummer) [telefoonnummer] een sms-bericht gezonden naar het bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele nummer. De vertaling luidt: 6930 komt.
Op 25 juni 2013 om 21:08:07 uur wordt er vanaf het mobiele nummer in gebruik bij [medeverdachte] een sms verzonden naar het bij [verdachte] in gebruik zijnde mobiele nummer. De inhoud luidt: OK.
Op 26 juni 2013 om 10:49:43 uur wordt er door [betrokkene 1] met de bij hem in gebruik zijnde mobiele telefoon een sms-bericht verzonden naar de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon. Inhoud: Ik ben er!
Op 26 juni 2013 om 13:58:36 uur wordt er door [betrokkene 1] met de bij hem in gebruik zijnde mobiele telefoon een sms-bericht verzonden naar het bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon. Inhoud: Ben er met 15 min tot zo.
Op 26 juni 2013 om 13:59:08 uur wordt er door [medeverdachte] met de bij hem in gebruik zijnde mobiele telefoon een sms-bericht verzonden naar de bij [betrokkene 1] in gebruik zijnde mobiele telefoon. Inhoud: Tot zo.
Op 26 juni 2013 om 13:59:30 heeft [medeverdachte] telefonisch contact gehad met [verdachte] :
[verdachte] : Ja zeg het maar.
[medeverdachte] : Mijn beste, toevallig heeft die dikke...
[verdachte] : Jaa
[medeverdachte] : Mij net een sms gestuurd, dat hij met 15 minuten bij mij is.
[verdachte] : Jaa.
[medeverdachte] : Het zal beter zijn als ik op hem wacht en met zijn auto gaan.
[verdachte] : Is akkoord maar je moet niet te laat zijn want de man zit daar te wachten.
[medeverdachte] : Nee, nee ouwe hij heeft het net gestuurd en zei van 15 minuten... Ik zal dan met de zwarte achter hem aan rijden.
[verdachte] : Jaa.
[medeverdachte] : Zijn eigen auto zullen wij bij ons dinges achterlaten, we gaan dan met de zwarte, dan halen we de laatste zakken op.. Daarna zullen we meteen vandaag het samen daarheen brengen.
[verdachte] : Ja, ja akkoord.
[medeverdachte] : Je moet het dan doorgeven, we zullen met 15 minuten daar zijn, met 15, 20 minuten..
[verdachte] : Akkoord, is goed.
[medeverdachte] : Is goed dan mijn beste. Tot ziens.
[medeverdachte] heeft het in het gesprek over 'die dikke'. Deze opmerking duidt op het postuur van [betrokkene 1] , want [betrokkene 1] is een grote en grove man.
Op 3 december 2013 heeft [betrokkene 1] tegenover de politie een verklaring afgelegd. Naar aanleiding van een getapt gesprek op 25 juni 2013 tussen hem en een onbekend persoon verklaart hij dat hij een gesprek voerde met [medeverdachte] . Hij moest een ritje naar een adres in Duitsland maken waar hij twee vuilniszakken heen bracht. Het was hem bekend dat [medeverdachte] in de hennephandel zat en de handel daarin in Duitsland verzorgt. [medeverdachte] deed zich voor als de stroman en heeft een lijn, in Duitsland. Hij had de contacten in Duitsland. [medeverdachte] heeft met [betrokkene 1] besproken wat er aan hem betaald zou worden om de rit te verzorgen. Die avond werd bekend waar [betrokkene 1] naartoe moest rijden. [betrokkene 1] is naar de locatie gereden, heeft een Duitse man ontmoet die de twee zakken uit de auto pakte en hem een envelop met geld heeft gegeven. [betrokkene 1] heeft op de terugweg verscheidene berichten naar [medeverdachte] verzonden en is vervolgens naar hem toe gereden en heeft hem de envelop met geld gegeven.
Op 24 september 2013 om 13:45:12 uur werd het volgende gesprek tussen [medeverdachte] en verdachte gevoerd:
[verdachte] = [verdachte]
[medeverdachte] = [medeverdachte]
[verdachte] : Hallo.
[medeverdachte] : [verdachte] !
[medeverdachte] : Wat ik wilde zeggen die 'cig kofte' (rauwe gehaktballen). Die jij hebt..
[verdachte] : Wat gehaktballen kerel...
[medeverdachte] : Hoeveel stukken had je nog over?
[verdachte] : Gehaktballen?
[medeverdachte] : Ja.
[verdachte] : Wat gehaktballen, ik begrijp het niet?
[medeverdachte] : Wat jij aan mij zult geven!
[verdachte] : Jaa..
[medeverdachte] : Dat.. hoeveel stukken..
[verdachte] : Voor jouw vriend?
[medeverdachte] : Ja.
[verdachte] : Voor de verre plaats?
[medeverdachte] : Ja.
[verdachte] : Dat wat naar ver moet die he!
[medeverdachte] : Echt waar, voordat je jou iets kunt uitleggen.. je kunt beter open door de telefoon praten, kerel..
Hoeveel stukken heb je?
[verdachte] : Goh.. 6, 7..
Jij kunt 7 zeggen.
[medeverdachte] : Is goed dan...
Op 14 oktober 2013 wordt er een sms verstuurd vanaf een Duits telefoonnummer naar de telefoon in gebruik bij [medeverdachte] , waaruit blijkt dat [medeverdachte] op 14 oktober 2013 in Duitsland is gearriveerd.
Op 15 oktober 2013 om 16:19:49 uur hebben [medeverdachte] en [verdachte] telefonisch contact met elkaar:
[medeverdachte] : Heb jij het kunnen uitzoeken?
[verdachte] : Wat?
[medeverdachte] : Die ene dinges..
[verdachte] : Wat is die ene dan, kerel?
[medeverdachte] : Dat.. je hebt gisteren die envelop toch gehaald van dat!
[verdachte] : Ja.. ja.. ja.. Naar grote waarschijnlijkheid zal het donderdag er zijn. Maar ik ben niet zeker..
[medeverdachte] : Akkoord..
[verdachte] : Als het er donderdag niet is/het niet kan dan is het maandag zeker.
[medeverdachte] : Heb je op dit moment nog iets.. 2 stuks
[verdachte] : Op dit moment?
[medeverdachte] : Ja.
[verdachte] : Op dit moment heb ik niets, heb ik niets.
[medeverdachte] : Akkoord.
[verdachte] : Die van jou heeft mij gebeld.
[medeverdachte] : Ja.
[verdachte] : Hij zegt van de man zal naar Duitsland gaan en zal over drie maanden terugkomen... Als we het morgen niet geven dan moeten we drie maanden wachten.
Op 16 oktober 2013 om 15:35:00 uur wordt er vanaf het bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon een sms-bericht verzonden naar een telefoonnummer voorzien van het Duitse landnummer.
Inhoud: hello my friend, i come on dinstag to you ok. keep this time the papers compleet ok my friend, i sms you on monday greetzz your friend.
Op 21 oktober 2013 wordt er vanaf de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde telefoon naar de bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoon gebeld. Uit stemherkenning is gebleken dat het een gesprek betreft tussen [medeverdachte] en [verdachte] :
[medeverdachte] : wat ben je aan het doen?
[verdachte] : ik ben aan het werk.
[medeverdachte] : Hoe laat kan ik bij jou langskomen?
[verdachte] : Hmm, even kijken.. is 7 uur goed, 6 uur?
[medeverdachte] : Dat wordt te laat.
[verdachte] : als je dinges gaat doen maar je moet niet te laat brengen.. breng het meteen op visite.
[medeverdachte] : nee joh, meteen als ik het 's middags heb gehaald zal ik het brengen..
[verdachte] : o ja... ik werk dan, ik weet niet hoe ik het moet doen.. .wacht even ik zal kijken, ik zal je berichten, voor hoe laat het je het nodig?
[medeverdachte] : 3, 4 uur zou heel mooi zijn.. is dat goed..
[verdachte] : oke dan.. tot ziens..
Op 21 oktober 2013 om 12:22:31 uur wordt er vanaf de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde telefoon naar de bij [verdachte] in gebruik zijnde telefoon gebeld. Uit stemherkenning is gebleken dat het een gesprek betreft tussen [medeverdachte] en [verdachte] :
[medeverdachte] wordt gebeld door [verdachte] .
[verdachte] : hallo.
[medeverdachte] : Hallo..
[verdachte] : Ouwe eerder dan 5 uur kan het niet.
[medeverdachte] : eheumm
[verdachte] : er is niemand die het kan ophalen.
[medeverdachte] : akkoord.
Hmmm hoe 5 uur, is het precies om 5 uur daar.
[verdachte] : om 5 uur zal het bij mij zijn, bij mij thuis dus..
[medeverdachte] : is goed dan akkoord.. akkoord.
[verdachte] : stuur het een dag later.
[medeverdachte] : wat?
[verdachte] : dat het een dag later gaat.
[medeverdachte] : nee ouwe alles is bevestigd, moet ik nu weer een bericht schrijven..
[verdachte] : is goed.. akkoord.
Vanaf de bij [verdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon wordt op 21-10-2013 om 16:34:44 uur een sms-bericht gestuurd naar de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon. Inhoud (vertaling): het staat klaar bij mij thuis 6200.
Vanaf de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon wordt op 21-10-2013 om 16:44:49 uur een sms-bericht gestuurd naar de bij [verdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon. Inhoud: ok.
Vanaf de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon wordt naar een telefoonnummer voorzien van het Duitse landnummer een sms-bericht verzonden. Inhoud: hello my friend, come tomorow. with boxing globe. 6.200 ok greetz your friend.
Vanaf de bij [verdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon wordt op 23-10-2013 om 1:42:09 uur gebeld naar de bij [medeverdachte] in gebruik zijnde mobiele telefoon. Inhoud:
[medeverdachte] : mijn beste.
[verdachte] : wat ben je aan het doen mijn beste.
[medeverdachte] : Goed met mij, ik ben aan het werk. Wat ben jij aan het doen?
[verdachte] : wat zou ik. Heb je bericht gehad?
[medeverdachte] : nee, ik heb nog geen bericht!
[verdachte] : hoezo nog geen bericht?
[medeverdachte] : ik heb ze een sms gestuurd, zij hebben de dinges ontvangen.. op de terugweg zal potverdikkemie niets kunnen gebeuren, er zal potverdikkemie iets gebeurd zijn maar op de terugweg kan niets gebeuren, begrijp je..
[verdachte] : hmmm
[medeverdachte] : dat die is opgepakt ofzo dat kan niet.. ik zal even gaan kijken mijn beste, ik zal met 1,2 uur bij hem langsgaan.
[verdachte] : is akkoord, goed, kijk even en doe even dinges.. is dat goed.
[medeverdachte] : akkoord ik zal het doorgeven, het zal niet zo spannend zijn mijn beste.
[verdachte] : kijk even.
Het samenstel van hetgeen hierboven is opgenomen leidt tot de gevolgtrekking dat verdachte de hennep heeft geleverd aan [medeverdachte] , die het vervolgens heeft geleverd aan de vervoerders van de hennep, [betrokkene 3] en [betrokkene 1] , die de hennep uiteindelijk naar Duitsland hebben geëxporteerd in opdracht van [medeverdachte] . Uit deze bewijsmiddelen blijkt, gezien het versluierde taalgebruik en de referentie aan hoeveelheden die overeenkomen met het aantal kilo's vervoerde hennep, dat de gesprekken over hennep gingen. Daarnaast blijkt uit de gebruikte term 'verre plaatsen' en de expliciete referentie aan Duitsland, dat verdachte wist dat de hennep werd geëxporteerd en zelfs waarheen. Tenslotte wist verdachte ook wanneer de hennep werd geëxporteerd en werd hij van het verloop van het transport op de hoogte gehouden. Concluderend is het hof van oordeel dat verdachte wist van de transporten naar Duitsland, ook op 26 juni 2013 en op 22 oktober 2013, zodat opzet op de uitvoer kan worden bewezen. Het verweer van de raadsman treft in zoverre geen doel.
Met betrekking tot het medeplegen overweegt het hof als volgt.
(…)
Uit hetgeen hiervoor reeds is opgenomen leidt het hof ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde af dat verdachte degene was die de hennep aanleverde, waarna het kon worden vervoerd naar Duitsland. Hij wist dat de hennep bestemd was voor de export naar Duitsland en was ook op de hoogte van de stand van zaken tijdens en kort na de export van de hennep naar Duitsland. Hoewel geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering van de export, is de bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde gelet hierop van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.’