ECLI:NL:HR:2001:AD3530
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor doodslag en onttrekking minderjarige aan gezag
In deze zaak stond de verdachte terecht voor doodslag op een minderjarig kind en het onttrekken van dit kind aan het wettig gezag. Het hof had de verdachte vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten, maar veroordeelde hem tot acht jaar gevangenisstraf voor doodslag en onttrekking van de minderjarige aan het gezag.
De Hoge Raad bekeek het cassatieberoep dat door de verdachte was ingesteld tegen het hofarrest. De klacht richtte zich onder meer tegen de bewijsmotivering van het hof, waarin was vastgesteld dat de verdachte het kind, dat zich in een trappelzak bevond, opzettelijk in een sloot had gelegd, waardoor het kind door verdrinking om het leven kwam. Het hof concludeerde dat de verdachte handelde met het opzet het kind van het leven te beroven.
De Hoge Raad oordeelde dat de bewijsmotivering begrijpelijk was en dat de vaststellingen van het hof niet onbegrijpelijk waren. De Hoge Raad stelde vast dat in cassatie niet de juistheid van feitelijke vaststellingen kan worden onderzocht, maar slechts de begrijpelijkheid daarvan. Het cassatieberoep werd daarom verworpen en het hofarrest bleef in stand.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor doodslag en onttrekking van minderjarige aan gezag; cassatieberoep verworpen.