Conclusie
1.Het cassatieberoep
lex mitior- beginsel. [1] In zijn uitspraak heeft de Hoge Raad ook een regeling getroffen in welke gevallen hij zal overgaan tot ambtshalve cassatie van beslissingen die in strijd met deze nieuwe rechtsregel zijn. De toepassing van die overgangsregeling staat in deze conclusie centraal.
nietis geklaagd dat aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten onrechte vervangende hechtenis is verbonden, de Hoge Raad geen gebruik maakt van zijn ambtshalve bevoegdheid tot vernietiging van de uitspraak indien het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet ontvankelijk is,
ook al is de cassatieschriftuur vóór 26 juni 2020 binnengekomen.Ik heb in ieder geval begrepen dat het selectieteam van het Wetenschappelijk Bureau van deze interpretatie is uitgegaan en daarom onderhavige zaak heeft geselecteerd voor een afdoening op de voet van art. 80a RO.
geenaanleiding geven voor toepassing van 80a RO. Ik wil hier dus bepleiten dat een redelijke toepassing van de door de Hoge Raad in rechtsoverweging 4.6. geformuleerde overgangsregel voor het geval dat de cassatieschriftuur is ingediend vóór 26 juni 2020, met zich brengt dat de Hoge Raad bij het ontbreken van een klacht over de toepassing van vervangende hechtenis bij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregelen ambtshalve zal casseren, ook al geven de cassatieklachten aanleiding voor toepassing van art. 80a RO. De argumenten voor mijn standpunt kunnen worden teruggevoerd op de ratio van de terughoudendheid die de Hoge Raad betracht bij ambtshalve vernietiging in cassatie en de wijze waarop mijns inziens dient te worden beoordeeld of een cassatieberoep op de voet van art. 80a RO kan worden afgedaan.