ECLI:NL:HR:2008:BF5053
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt uitvoering vervangende hechtenis bij onvermogen tot betaling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor verduistering en een schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De verdediging voerde aan dat verdachte door omstandigheden buiten zijn schuld geen draagkracht heeft en daarom de vervangende hechtenis niet terecht zou worden uitgevoerd. Het hof oordeelde dat vervangende hechtenis alleen wordt uitgevoerd bij onwil tot betaling, niet bij onvermogen.
De Hoge Raad stelt dat artikel 573, derde lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat vervangende hechtenis wordt uitgevoerd indien verhaal onmogelijk is of het OM afziet van verhaal, en dat geen rechtsregel het oordeel van het hof ondersteunt dat vervangende hechtenis niet wordt uitgevoerd bij onvermogen tot betaling.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van dat onderdeel. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor wat betreft de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.