ECLI:NL:PHR:2020:899
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring wegens overlijden verdachte in hennepzaak
In deze zaak betrof het medeplichtigheid aan het telen en aanwezig hebben van hennep in een woning, strafbaar gesteld onder de Opiumwet. De verdachte, geboren in 1947, werd vervolgd voor deze feiten. Op 3 december 2019 adviseerde de procureur-generaal tot vernietiging van het bestreden arrest met betrekking tot de strafmaat, maar handhaving van het overige.
Echter is later gebleken dat de verdachte op 29 september 2019 in Spanje is overleden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering bij overlijden van de verdachte. Dit betekent dat de strafzaak niet langer kan worden voortgezet.
De procureur-generaal heeft daarom aanvullend geconcludeerd dat het gerechtshof en de rechtbank uitspraak dienen te vernietigen en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging. Deze conclusie leidt tot het beëindigen van de strafprocedure tegen de overleden verdachte.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.