ECLI:NL:PHR:2020:899

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 augustus 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
18/02120
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 69 SrArt. 3 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring wegens overlijden verdachte in hennepzaak

In deze zaak betrof het medeplichtigheid aan het telen en aanwezig hebben van hennep in een woning, strafbaar gesteld onder de Opiumwet. De verdachte, geboren in 1947, werd vervolgd voor deze feiten. Op 3 december 2019 adviseerde de procureur-generaal tot vernietiging van het bestreden arrest met betrekking tot de strafmaat, maar handhaving van het overige.

Echter is later gebleken dat de verdachte op 29 september 2019 in Spanje is overleden. Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering bij overlijden van de verdachte. Dit betekent dat de strafzaak niet langer kan worden voortgezet.

De procureur-generaal heeft daarom aanvullend geconcludeerd dat het gerechtshof en de rechtbank uitspraak dienen te vernietigen en dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de vervolging. Deze conclusie leidt tot het beëindigen van de strafprocedure tegen de overleden verdachte.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van de verdachte.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/02120
Zitting25 augustus 2020

AANVULLENDE CONCLUSIE

D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
hierna: de verdachte.
Op 3 december 2019 heb ik een conclusie genomen in deze zaak, waarin ik de Hoge Raad adviseerde tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Inmiddels is echter volgens een aan de Hoge Raad overgelegd, door de gemeente Den Haag [gewaarmerkt] afschrift van een [vertaalde] akte van de burgerlijke stand van Spanje gebleken dat de verdachte op 29 september 2019 te Altea (Spanje) is overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr Pro in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en dat de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
Deze aanvullende conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het gerechtshof Den Haag en van het vonnis van de rechtbank Den Haag en tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in de vervolging.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG