Conclusie
Nummer19/02390
Het cassatieberoep
Het middel
middelbevat de klacht dat het hof de bewezenverklaringen, in het bijzonder de bewezen verklaarde pleegperiode van de hennepteelt en van de diefstal van de elektriciteit, onvoldoende met redenen heeft omkleed.
het hof begrijpt: verkleurd op de plaatsen waar de lampen niet bevestigd waren aan de lat).
het hof begrijpt: [a-straat 1])
het hof begrijpt dat er een enorm kleurverschil te zien was tussen de plekken waar de houten bedekt waren geweest en de overige delen van de latten), wat betekent dat deze lampen en latten al een langere periode in gebruik waren.
Bewijsoverwegingen
- de forse vervuiling van de apparatuur (zoals een dikke laag stof op armaturen/ventilatoren) in de kweekruimte terwijl dergelijke vervuiling bij hennepteelt pas na langere tijd ontstaat;
- het aantreffen van assimilatielampen met een productiedatum van januari 2015. Het wordt volgens het proces-verbaal (blz. 53) op diverse hennepfora met klem afgeraden om tweedehands lampen te kopen, omdat niet is te zien hoeveel branduren die inmiddels hebben gehad;
- de plaats van verkleuring van de houten latten, te weten op de plek op de latten waar de armaturen niet aan bevestigd waren;
- de geringe verkleuring van de aangetroffen koolstoffilters, die volgens de verdachte door hem nieuw waren aangeschaft. Koolstoffilters gaan doorgaans 4 a 5 oogsten mee;
- de vaststelling dat het filterdoek van de koolstoffilters bij verplaatsing van de bevestiging, daarvan op die plek een aanzienlijk lichtere kleur vertoonde ten opzichte van de kleur van het overige filterdoek;
- de witte, op kalk gelijkende, substantie aan de binnenzijde van het dompelvat en de alggroei daarin;
- de verdorde hennepresten;
- het feit dat op het rekeningnummer ten name van de verdachte sinds januari 2015 regelmatig kasstortingen zijn gedaan voor een totaalbedrag in 2015 van € 18.980,-, terwijl hij volgens de Belastingdienst in dat jaar geen inkomen had.
- Op basis van al deze omstandigheden gaat het hof met de rechtbank er van uit dat de verdachte in ieder geval op de tenlastegelegde startdatum in februari 2015 was gestart met het telen van hennep en op 7 januari 2016 ten minste vier oogsten heeft gehad.
inde bewezen verklaarde periode heeft begaan. Daarbij komt dat uit de bewijsoverwegingen onmiskenbaar blijkt dat het hof deze onderdelen van de verklaringen bij vergissing heeft opgenomen. Als deze onderdelen van de verklaringen van de verdachte uit de bewijsmiddelen worden weggedacht, is de bewezenverklaring zonder meer toereikend gemotiveerd. Dat betekent dat de verdachte bij de klachten geen rechtens te respecteren belang heeft. [3]
Slotsom
middelis tevergeefs voorgesteld en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging.