Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
legal certainty? Het derde middelonderdeel betreft het inzetten van verplichte zorg in de vorm van (voorwaardelijke of toekomstige) opname in een accommodatie bij wijze van ‘stok achter de deur’.
ten tijde van de beslissing van de rechtbankniet de bedoeling is dat de betrokkene daadwerkelijk wordt opgenomen. De steller van het middel kon nog geen rekening houden met de beslissing die de Hoge Raad heeft gegeven in de zaak 20/01490. [5] Die beschikking bevat, voor zover hier van belang, de volgende overwegingen:
voorafbepaalt of gedurende de looptijd van de machtiging verplichte zorg mag worden verleend, en zo ja, welke van de in art. 3:2 lid 2 genoemde Pro vormen van verplichte zorg. Aan de hand van de feiten en omstandigheden ten tijde van zijn beslissing (‘
ex nunc’) kijkt de rechter vooruit over de looptijd van de te verlenen machtiging. De zinsnede “leidt tot ernstig nadeel” in art. 3:3 Wvggz Pro is weliswaar in de tegenwoordige tijd gesteld, maar daar staat tegenover dat het begrip ‘ernstig nadeel’ in deze wet, naast het bestaan van een in art. 1:1 lid 2 Wvggz Pro beschreven toestand ook ‘het aanzienlijk risico’ daarop omvat. Met andere woorden: indien ten tijde van de beslissing van de machtigingsrechter het gedrag van betrokkene als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot het aanzienlijk risico dat (gedurende de looptijd van de machtiging) een of meer van de in art. 1:1 lid 2 Wvggz Pro beschreven situaties zich zullen voordoen, kan die constatering bijdragen tot het oordeel dat aan de eisen van art. 3:3 Wvggz Pro is voldaan. In die zin lees ik ook de bestreden beschikking. Zo verstaan, is de bestreden beschikking in lijn met de zo-even genoemde beschikking van de Hoge Raad van 25 september 2020.
lawful’) moet zijn. In dat vereiste liggen volgens het middelonderdeel verschillende waarborgen tegen willekeurige vrijheidsbeneming besloten, waaronder het aspect van rechtszekerheid
(‘legal certainty’). [12] De rechtbank heeft verzuimd in de zorgmachtiging op te nemen welke omstandigheden zich moeten voordoen om over te gaan tot ‘opname in een accommodatie’, althans in de zorgmachtiging te vermelden op welke grond(en) de zorgverlener een tot opneming strekkend besluit mag nemen. Volgens de klacht heeft de rechtbank de vereisten om betrokkene alsnog op te nemen onvoldoende geconcretiseerd om voor betrokkene voorzienbaar
(‘foreseeable’)te zijn. Daarom is niet voldaan aan de eis van rechtszekerheid
(legal certainty). [13]
(judicial decision) ex nunc te verkrijgen, als bedoeld in art. 5 lid 4 EVRM Pro, over de rechtmatigheid van tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging, althans van het onderdeel opname in een accommodatie, voor zover dat onderdeel als ‘stok achter de deur’ (paraplu) voor ambulante behandeling is bedoeld. De rechtbank heeft desalniettemin een zorgmachtiging met een vrijheidsbenemende maatregel (opname in een accommodatie) als stok achter de deur opgelegd. Zij heeft daarmee in strijd gehandeld met de waarborgen die uit art. 5 leden Pro 1 en 4 en art. 13 EVRM Pro voortvloeien. Gelet op de rechtstreekse werking van die bepalingen had zij deze bepalingen niet buiten beschouwing mogen laten. Evenmin had zij een beslissing mogen nemen, die strijdigheid daarmee oplevert. Voor zover zij heeft gemeend dat aan die eisen is voldaan, had zij dat moeten toelichten.
ex nuncte verkrijgen over de rechtmatigheid van tenuitvoerlegging van de zorgmachtiging. In elk geval zou dit gelden voor het ‘opnemen in een accommodatie’ voor zover de machtiging is bedoeld als ‘stok achter de deur’ voor de ambulante behandeling. De klacht houdt in dat de rechtbank om deze reden in strijd heeft gehandeld met de waarborgen die voortvloeien uit art. 5, lid 1 en lid 4, EVRM en art. 13 EVRM Pro. Voor zover de rechtbank van oordeel is dat aan de eisen van deze rechtstreeks werkende verdragsbepalingen is voldaan, had zij de beslissing op dit punt nader moeten toelichten, aldus de klacht.
op voorhandeen toetsing uitvoert. Weliswaar kan de rechter bij toetsing vooraf redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen meenemen, maar deze toetsing biedt volgens de klacht onvoldoende waarborgen tegen willekeur op het moment van daadwerkelijke vrijheidsbeneming.
in accordance with a procedure prescribed by law”. [17] De Nederlandse wettelijke regeling kent een rechterlijke toetsing van de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming. Vooraf toetst de machtigingsrechter welke verplichte zorg in een bepaald tijdvak aan de betrokken patiënt mag worden verleend. Vervolgens beslist de zorgverantwoordelijke binnen dat kader over de concrete toepassing daarvan: dat is de in art. 8:9 Wvggz Pro bedoelde uitvoeringsbeslissing. Over de rechtmatigheid van die uitvoeringsbeslissing kan ingevolge hoofdstuk 10 Wvggz achteraf een rechterlijke beoordeling worden verkregen. Een consequentie van dit gefaseerde stelsel van rechtsbescherming is inderdaad dat in de klachtenprocedure van hoofdstuk 10 de inhoud van de zorgmachtiging
als zodanigniet meer kan worden aangevochten. Wie het niet eens is met de beschikking van de machtigingsrechter kan tegen diens beslissing beroep in cassatie instellen.
Habeas Corpus Actgeïnspireerde verdragsbepaling gaat ervan uit dat een overheidsorgaan de vrijheid ontneemt aan een persoon. Vervolgens geeft art. 5 lid 4 EVRM Pro aan die persoon het recht om zich tot een rechter te wenden die spoedig de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming in volle omvang beoordeelt en de invrijheidstelling kan gelasten indien de vrijheidsbeneming niet rechtmatig is.
als zodanigin de klachtenprocedure niet worden bestreden. Indien de machtigingsrechter de zorgverantwoordelijke wat meer beoordelingsruimte laat, verleent de Wvggz-klachtenrechter rechtsbescherming. Indien, bijvoorbeeld, de machtigingsrechter een voorwaarde bepaalt waaronder gedurende de looptijd van de machtiging opneming in een accommodatie mogelijk is en de zorgverantwoordelijke bepaalt of wel of niet aan deze voorwaarde is voldaan en vervolgens op die grond besluit tot het alsnog opnemen van de betrokkene in een accommodatie, kan over deze uitvoeringsbeslissing (was wel/niet aan de voorwaarde voldaan?) in de procedure als bedoeld in hoofdstuk 10 Wvggz het oordeel van de klachtenrechter worden gevraagd.
speedily’is in de zin van art. 5 lid 4 EVRM Pro als de zorgverantwoordelijke eenmaal tot vrijheidsbeneming heeft besloten, behoeft mijns inziens geen beantwoording in de machtigingsprocedure. Wel verdient aantekening dat de klachtencommissie en de klachtenrechter aan een korte beslistermijn gebonden zijn (14 dagen, zie art. 10:5 lid 2 respectievelijk Pro art. 10:9 lid 2 Wvggz Pro) en dat zowel de klachtencommissie (art. 10:5 lid Pro 1) als de rechtbank (art. 10:9 lid Pro 1) de beslissing tot opneming in een accommodatie waartegen de klacht is gericht kan schorsen. De slotsom is dat onderdeel III eveneens faalt.