ECLI:NL:PHR:2020:954
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bewijspositie belanghebbende geschaad door uitspraak Hof zonder terugkoppeling over stukken Belastingdienst
Belanghebbende voerde in haar aangiften inkomstenbelasting over 2013 en 2014 verliesgevende resultaten uit overige werkzaamheden op. Het geschil betrof de vraag of deze verliezen in aanmerking moesten worden genomen voor de bepaling van het belastbare inkomen, waarbij het Hof oordeelde dat belanghebbende de bewijslast droeg en niet slaagde in het aannemelijk maken van een objectieve winstverwachting.
Tijdens de procedure stelde belanghebbende dat zij relevante originele stukken aan de Belastingdienst had overgelegd, maar hiervan geen kopieën had behouden. Het Hof gaf de Inspecteur opdracht te onderzoeken of deze stukken nog aanwezig waren en hierover terugkoppeling te geven, maar deed uitspraak zonder op deze terugkoppeling te wachten.
De Hoge Raad concludeert dat het Hof hiermee de procespositie van belanghebbende heeft geschaad, omdat het mogelijk was dat de stukken wel aanwezig waren en van belang voor de bewijsvoering. Het oordeel van het Hof dat belanghebbende niet in haar bewijs is geslaagd, is daardoor onvoldoende gemotiveerd. De zaak wordt daarom terugverwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof.