Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de klachten
3.Proceskosten
Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende een vergoeding moet worden toegekend voor de kosten van het geding voor het Hof.
Hoge Raad
Belanghebbende, een scenarioschrijver, had voor de jaren 2013 en 2014 negatieve resultaten uit overige werkzaamheden opgegeven in haar belastingaangiften. De inspecteur weigerde aftrek van de kosten en stelde het resultaat gelijk aan de inkomsten. De rechtbank corrigeerde dit deels ten gunste van belanghebbende.
Het Hof oordeelde dat de activiteiten geen bron van inkomen vormden en dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd van de gemaakte kosten, mede omdat zij de prognoses niet met stukken had onderbouwd. Belanghebbende stelde dat zij deze stukken wel aan de inspecteur had verstrekt, maar het Hof vond dit niet aannemelijk en wees het bewijsverzoek af.
De Hoge Raad stelt dat het Hof had moeten onderzoeken of de door belanghebbende genoemde stukken daadwerkelijk aan de inspecteur ter beschikking stonden. Het Hof had moeten toetsen of artikel 8:42 Awb Pro was geschonden en welke gevolgen dat had. Omdat het Hof dit naliet en onvoldoende motiveerde, wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling.
De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en moet het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De Hoge Raad benadrukt het belang van een volledige dossieroverlegging en een zorgvuldige taakvervulling door de rechter bij discussie over dossiercompleetheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.