ECLI:NL:PHR:2021:1015
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling voor opzettelijk aanwezig hebben van hennep in woning
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten in een woning te Amsterdam. Het gerechtshof bevestigde dit vonnis, maar wijzigde de straf van 3 maanden gevangenisstraf (waarvan zes weken voorwaardelijk) naar 12 weken gevangenisstraf (waarvan 6 weken voorwaardelijk).
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat de verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de hennep en geen beschikkingsmacht over de hennepplanten bezat. Volgens de verdediging verbleef de verdachte enkel beneden en had hij de planten pas gezien op het moment dat de politie binnenkwam.
Het hof heeft dit verweer niet nader gemotiveerd afgewezen, maar steunde zich op de bewijsvoering van de politierechter. Deze oordeelde dat vanwege de omvang van de hennepkwekerij, de extreme warmte, de henneplucht en het gedrag van de verdachte (vanuit de etage met plantages naar beneden lopend) sprake was van wetenschap en beschikkingsmacht. Ook wees de politierechter op het reële risico van diefstal van de planten en de aanwezigheid van beveiligingsstickers.
De Hoge Raad acht het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd en verwerpt het cassatieberoep. De straf blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd waarbij de verdachte is veroordeeld tot 12 weken gevangenisstraf waarvan 6 weken voorwaardelijk.