ECLI:NL:PHR:2021:1098
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende vertaling en beoordeling bewijs legale hennepteelt in Kroatië
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor strafbare hennepteelt, ondanks zijn verweer dat deze voorwerpen bedoeld waren voor een legale hennepteelt in Kroatië. Tijdens de procedure werden stukken overgelegd die dit zouden moeten onderbouwen, maar deze waren grotendeels in het Kroatisch en niet vertaald naar het Nederlands. Het hof nam deze stukken deels niet mee in zijn beraadslaging en oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de hennepteelt legaal was.
De verdediging klaagde dat het hof ten onrechte de stukken niet volledig had betrokken, mede omdat het hof geen vertalingen had afgewacht en onvoldoende inzicht gaf in zijn motivering. De advocaat-generaal stelde dat het hof de stukken als nieuwe bescheiden had moeten beoordelen volgens art. 414 Sv Pro en dat het hof de verdediging voldoende gelegenheid had moeten geven om vertalingen te overleggen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn beoordeling en dat het gebruik van niet-vertaalde stukken problematisch is. Ook is onduidelijk of het hof de stukken die in eerste aanleg waren overgelegd heeft opgevraagd. De Hoge Raad oordeelt dat dit leidt tot nietigheid van het hoger beroep en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling waarbij de stukken correct moeten worden betrokken en vertaald.
De uitspraak benadrukt het belang van een volledige en transparante bewijsvoering en de verantwoordelijkheid van de rechter om het onderzoek ter terechtzitting volledig te laten zijn, zeker bij het overleggen van nieuwe bescheiden in een strafzaak. De verdachte heeft belang bij cassatie omdat het bewijs mede ontlastend was.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen wegens onvoldoende vertaling en onduidelijke bewijsbeoordeling.