Conclusie
Nummer20/01252
Inleiding
Het eerste middel
verklaring van verdachteafgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 5 maart 2020 voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
p. 4 en 5van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2017357228) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisanten:
p. 10van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2017357228) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisant:
Goed: medicamenten/hulpmiddelen, verdovende middelen (GHB), SIN AAKU7691NL.
21 e.v.van het proces-verbaal, genummerd PL0600-2017357228) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven -
als relaas van verbalisanten:
Betreft onderzoek aan SIN:AAKU7691NL.
waaromde verbalisanten een stopteken gaven. Het proces-verbaal vermeldt daar niets over. Weliswaar controleren de verbalisanten na de staandehouding het rijbewijs van de bestuurder, niet zijnde cliënt, maar of deze controle nu de reden was voor de staandehouding, of dat dit toch verband hield met een mogelijke verdenking, blijkt niet uit dit proces-verbaal.
nietduidelijk is of de verbalisanten een stopteken hebben gegeven teneinde een verkeerscontrole uit te voeren, of dat zij dit met een andere reden deden. In deze zaak hebben de verbalisanten namelijk een stopteken gegeven, waarna ze zowel inzage in het rijbewijs hebben gevorderd, als een strafrechtelijk onderzoek hebben ingesteld naar een mogelijk strafbaar feit.
Het tweede middel
NJ2010/87 gekozen bewoordingen, in zoverre daar gesproken wordt over ‘beslissen welk gedeelte van de hoofdstraf en/of bijkomende straf(fen) en/of maatregel(en) geacht moet(en) worden door de eerste rechter te zijn opgelegd ter zake van het feit dat of de feiten die niet aan het oordeel van het hof is/zijn onderworpen’.