Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Tjebbes-arrest – na te gaan of voor [verweerster] het verlies van de Nederlandse nationaliteit, dat voor haar het verlies van het burgerschap van de Unie en de daaruit voortvloeiende rechten meebrengt, in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat betreft de gevolgen ervan voor haar situatie en, in voorkomend geval, voor die van haar gezinsleden, uit het oogpunt van het Unierecht. Daarbij kan ook in aanmerking worden genomen dat van [verweerster] in de periode voorafgaand aan de (…) uitspraak van de Hoge Raad van 26 juni 2015 niet kon worden gevergd een poging te doen de tienjaarstermijn van art. 15 lid Pro 1, aanhef en onder c, RWN te stuiten op de wijze vermeld in art. 15 lid 4 RWN Pro, gelet op de in die periode (…) door de Nederlandse autoriteiten gehuldigde rechtsopvatting (…).
Tjebbes-arrest, dient de rechtbank hen in de gelegenheid te stellen hun stellingen naar aanleiding van dat arrest aan te passen of aan te vullen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
Tjebbes-arrest van het HvJEU volgt, gaat het bij de evenredigheidstoets niet om gevolgen die hypothetisch zijn of waarvan niet vaststaat dat zij zich zullen voordoen. [11]