ECLI:NL:PHR:2021:1204
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen middelen
De verdachte is door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplichtigheid aan medeplegen van het kopen van goederen zonder volledige betaling. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen.
De verdachte stelde cassatieberoep in, maar heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn. Hierdoor is hij volgens artikel 437 lid 2 Sv Pro niet-ontvankelijk in cassatie. De Procureur-Generaal concludeert daarom dat de Hoge Raad het cassatieberoep zal afwijzen wegens niet-ontvankelijkheid.
Er is sprake van samenhang met meerdere andere zaken, waarin ook conclusies zijn genomen. Het arrest bevestigt het belang van het tijdig indienen van middelen in cassatieprocedures en de gevolgen van het nalaten daarvan.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in cassatie wegens niet-indienen van middelen binnen de wettelijke termijn.