Conclusie
Nummer19/05974
Inleiding
De zaak
Het middel
De bewezenverklaring en de bewijsvoering
Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde
BEWIJSMIDDELEN
Een geschrift, te weten een geneeskundige verklaring - zedendelict van GGD Amsterdam, betreffende [benadeelde] , doorgenummerde pagina’s 4 1 28 - 4 1 29. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergeven:
Bewijsoverwegingen
Bespreking van het middel
NJ2018/298, m.nt. Rozemond heeft de Hoge Raad geoordeeld dat niet is vereist dat het “steunbewijs betrekking dient te hebben op de tenlastegelegde gedragingen”. In zijn noot onder dit arrest heeft Rozemond opgemerkt dat voldoende is dat “de verklaring van de aangeefster of aangever op concrete punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, waarbij die concrete punten ‘specifieke omstandigheden’ van de tenlastegelegde seksuele gedragingen moeten opleveren.” Het moet dan uiteraard wel gaan om een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Daarbij komt dat een belangrijk vereiste is dat tussen die enige getuigenverklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband moet bestaan. [3] Wanneer daarvan sprake is laat zich niet in algemene zin verwoorden; de concrete feiten en omstandigheden zijn daarvoor bepalend.