Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
“diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, onder aftrek als bedoeld in artikel 27a Sr. Ook heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en in dat verband de schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.
eerste middelklaagt primair dat het hof onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat niet bewezen kan worden dat de verdachte één van de drie daders van de diefstal was. Subsidiair klaagt het middel dat het hof de verwerping van het in dit verband gevoerde verweer onvoldoende met redenen heeft omkleed.
tweede middelklaagt dat het oordeel van het hof dat er geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden aan de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep onbegrijpelijk is.
derde middelklaagt terecht dat in de onderhavige zaak vervangende hechtenis voor de duur van twee dagen is verbonden aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Gelet op HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914, kan de Hoge Raad bepalen dat ten aanzien van de opgelegde schadevergoedingsmaatregel met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
vierde middelklaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.