Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
De geldlening had betrekking op € 1.500.000 af te lossen op 15 december 2010, tegen een rentevergoeding van 8%.
Heusden Veste heeft zekerheden verstrekt voor deze geldlening in de vorm van een hypotheekrecht naar Duits recht op een in Duitsland gelegen onroerend goed.
[verweerster] heeft op 2 juli 2009 (evenals de echtgenote van [betrokkene 1] een dag later) onder verwijzing naar art. 1:88 BW Pro schriftelijk ingestemd met de te sluiten geldlening en de (hoofdelijke) verplichtingen daarin van haar echtgenoot.
Grundschuld) op een onroerend goed in Krefeld aan Swanenberg zou overdragen en daarnaast een aantal beslagen zou opheffen en een executieveiling van een ander Duits hypotheekrecht (
Zwangversteigerung) op een onroerend goed in Wülfrath voor zes maanden zou opschorten. Dit bedrag is door Swanenberg voldaan op 7 oktober 2013.
Zwangversteigerungvan het onroerend goed te Wülfrath. [betrokkenen 3] heeft op 27 september 2014 aan [betrokkene 4] van Swanenberg bericht dat hij tegen betaling van € 300.000 wilde afzien van deze executie. Vervolgens heeft Swanenberg met twee betalingen op 10 oktober 2014 in totaal € 300.000 aan Havic betaald.
ASR-Achmea [7] uitgemaakt dat de regresvordering pas ontstaat op het moment dat de hoofdelijk verbonden schuldenaar de schuld voldoet voor meer dan het gedeelte dat hem aangaat. Heusden Veste had tot 28 juni 2011 veel minder op de geldlening betaald dan het deel dat Heusden Veste volgens haar eigen standpunt aanging. De Dozy-clausule ziet alleen op aansprakelijkheid van de huwelijksgemeenschap voor schulden die vóór de opheffing daarvan zijn ontstaan. De veronderstelde regresvordering van Heusden Veste is pas daarna ontstaan en valt daarmee niet onder de werking van deze clausule. (onder 5.12-5.13)
3.Bespreking van het cassatiemiddel
5. De beoordeling van de (onvoorwaardelijke) vordering van Heusden Veste in hoger beroep
5.6 [verweerster] was geen partij bij de overeenkomst van 3 juli 2009 en zij is dat ook nooit geworden. Zij heeft op grond van artikel 1:88 BW Pro op voorhand ingestemd met deze overeenkomst. Het verlenen van die toestemming maakte haar echter niet tot partij bij die overeenkomst. Deze toestemming had tot gevolg dat [verweerster] de overeenkomst niet op grond van artikel 1:89 BW Pro kon vernietigen.
- …)
- …)
als schuldenaargehouden is tot voldoening van de helft van het bedrag van een zodanige gemeenschapsschuld. [11]
aanvullingop de wettelijke bescherming van gemeenschapsschuldeisers in het geval van ontbinding van de gemeenschap als gevolg van het maken van huwelijkse voorwaarden, waarbij de hoofdelijke aansprakelijkheid van de voordien niet aansprakelijke echtgenoot op de voet van art. 1:102 BW Pro (tekst tot 1 januari 2012)
voor de helftvan de schuld, ten behoeve van de schuldeisers wordt opgewaardeerd tot een hoofdelijke aansprakelijkheid
voor het geheel. [14]
voor de helftvan die schulden, uit te bereiden tot een aansprakelijkheid voor het geheel. Zoals art. 1:102 BW Pro (tekst tot 1 januari 2012) leidde tot een aansprakelijkheid
als schuldenaar,zij het voor de helft (hiervoor 3.9), zo leidt ook de Dozy-clausule tot een aansprakelijkheid
als schuldenaar,maar dan voor het geheel.
althans op het eerste gezicht(vergelijk hierna 3.24)
.Niet alleen vergelijking van de posities van [echtgenoot van verweerster in cassatie] en [verweerster] levert een ‘scheef’ beeld op, ook die van Swanenberg met de schuldeisers die partij bij het akkoord zijn, opnieuw in ieder geval op het eerste gezicht. Deze schuldeisers hebben mede aan [verweerster] finale kwijting verleend. Swanenberg wenst echter voor het volle pond op [verweerster] verhaal te nemen, daarbij van de opstelling van de andere schuldeisers potentieel profiterend. [24]
ASR/Achmeaen de rechtspraak met betrekking tot o
verwaarde-arrangementblijkt onder meer duidelijk uit de prejudiciële beslissing van 16 oktober 2015: [31]
ASR/Achmea. De zaak betrof borgtocht, een bijzonder geval van hoofdelijke verbondenheid (art. 7:850 lid 3 BW Pro) van contractuele oorsprong (de overeenkomst van borgtocht). [33]
ASR/Achmea). Het is mogelijk om tevens een contractueel regresrecht in het leven te roepen in de zin van een vordering onder opschortende voorwaarde. Voor zo’n contractueel regresrecht geldt dat zij reeds eerder bestaat, zij het ook dat de werking van de verbintenis is opgeschort totdat de voorwaarde vervuld wordt (art. 6:22 BW Pro).