Conclusie
Nummer19/04997 E
middelbevat de klacht dat het hof, door te oordelen dat art. 1.2.2, derde lid, Vuurwerkbesluit als een systematische specialis ten opzichte van art. 1.2.2, eerste lid, Vuurwerkbesluit moet worden aangemerkt waar het gaat om het opslaan en voorhanden hebben van professioneel vuurwerk, blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans zijn oordeel niet zonder meer begrijpelijk althans ontoereikend heeft gemotiveerd.
Juridisch kader
(...)
Naast de hierboven omschreven doelstelling, zijn er nog andere redenen om een nieuwe regeling vast te stellen.
In de eerste plaats wordt gewezen op het bepaalde in artikel 68 van Pro de Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1985, 639). Op grond van de Wet Gevaarlijke Stoffen (Stb. 1963, 313) is een aantal uitvoeringsmaatregelen vastgesteld die voor onder meer het leveren en het gebruik van vuurwerk van belang zijn, met name het Reglement Gevaarlijke Stoffen (Stb. 1968, 207), de Beschikking inzake het binnen Nederlands grondgebied brengen van vuurwerk (Stcrt. 1981, 82), het Besluit aflevering ontploffingsgevaarlijke stoffen (Stcrt. 1979, 228) en de Lijst van vuurwerken (Stcrt. 1984, 159). Met het oog op de inwerkingtreding van artikel 68 van Pro de Wet milieugevaarlijke stoffen zou een aantal van deze uitvoeringsmaatregelen geheel of gedeeltelijk op grond van deze wet dienen te worden vastgesteld. Deels voorziet het onderhavige besluit hierin. Voor zover voornoemde uitvoeringsmaatregelen bepalingen kennen inzake de in- en uitvoer, het verhandelen (afleveren), het gebruik en het voorhanden hebben van vuurwerk bestemd voor de particuliere gebruiker, treedt voorliggend besluit in de plaats van die maatregelen.
Daarnaast is het voor de overzichtelijkheid en de inzichtelijkheid van de wetgeving wenselijk, met name de regels voor het leveren, ter aflevering voorhanden hebben, op openbare plaatsen in bezit hebben en gebruiken van vuurwerk, bestemd voor particulieren, in één regeling samen te voegen, terwijl in lijn hiermee ook het Vuurwerkbesluit (Warenwet) (Stb. 1982, 488) voor opneming in dit besluit in aanmerking komt.’ (p. 9-10)
NJ2001/498 m.nt. Mevis. Ten laste van de verdachte was bewezenverklaard dat hij in de maanden oktober en/of november 1995 tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk vuurwerk (celebration crackers) had afgeleverd aan een persoon terwijl dat vuurwerk niet voldeed aan de bij of krachtens het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen gestelde eisen (het bevatte aluminiumpoeder). De raadsman had betoogd dat het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen niet van toepassing was op vuurwerk als waarvan hier sprake was omdat het vuurwerk niet bestemd was voor de particuliere gebruiker. Het middel bouwde daarop voort. Uw Raad citeerde de passages uit de Nota van Toelichting bij het besluit die in randnummer 11 zijn weergegeven, gaf art. 1, eerste lid, aanhef en onder d, Reglement Gevaarlijke Stoffen weer zoals in randnummer 12 is geciteerd, vermeldde dat dit onderdeel van bedoeld reglement op 1 augustus 1996 was ingetrokken, en vervolgde aldus:
Artikel 1.1.2Het in dit besluit gehanteerde onderscheid tussen consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk berust op de bestemming die daaraan is gegeven door degene die het betrokken vuurwerk onder zich heeft (zie ook § 3 van deze Nota van toelichting). Deze bestemming kan worden afgeleid uit de feiten en uit de omstandigheden waaronder het vuurwerk wordt aangetroffen. Daartoe zijn in het eerste lid niet-limitatieve criteria gegeven. Benadrukt moet worden dat deze criteria zich niet lenen voor toepassing a contrario. Zo zal vuurwerk dat is voorzien van de aanduiding «Niet geschikt voor particulier gebruik» en dat bij een particulier wordt aangetroffen, desondanks als (verboden) consumentenvuurwerk kunnen worden aangemerkt.
Vuurwerk waarvan de bestemming niet kan worden vastgesteld, wordt aangemerkt als professioneel vuurwerk. Door deze bepaling wordt voorkomen dat bij het aantreffen van vuurwerk zonder enige aanduiding telkens onderzoek zou moeten worden gedaan naar de bestemming, teneinde te kunnen vaststellen of artikel 1.2.2, eerste lid, dan wel artikel 1.2.2, tweede lid, is overtreden. In dit geval is derhalve telkens sprake van overtreding van artikel 1.2.2, tweede lid. Voor alle duidelijkheid zij opgemerkt dat vuurwerk dat niet is voorzien van de aanduiding «Geschikt voor particulier gebruik» of «Niet geschikt voor particulier gebruik» ingevolge artikel 1.2.2 niet op Nederlands grondgebied mag worden gebracht, niet voorhanden mag zijn, niet aan anderen ter beschikking mag worden gesteld enz. Dit vuurwerk mag alleen onder bepaalde voorwaarden binnen 48 uur worden doorgevoerd (zie de artikelen 1.3.1, derde lid, en 3.1.1, derde lid).’ (p. 94-95)
a. een verbod een of meer van de in het eerste lid genoemde handelingen te verrichten met betrekking tot bij de maatregel aangewezen stoffen, preparaten of genetisch gemodificeerde organismen;’
2. Het is verboden aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik ter beschikking te stellen.
3. Het is verboden als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op te slaan, voorhanden te hebben of tot ontbranding te brengen.
4. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of tot ontbranding te brengen indien dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.
5. Van bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake indien:
a. het tot ontbranding wordt gebracht door een particulier,
b. het te koop wordt aangeboden of ter beschikking wordt gesteld aan, gekocht of besteld door een
c. het aangetroffen wordt bij een particulier,
d. het binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht of voorhanden wordt gehouden met het oogmerk het aan particulieren ter beschikking te stellen, of
e. het is voorzien van de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik.’
Consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk
bestemmingvan het vuurwerk naar de
kenmerken(categorie-indeling) van het vuurwerk. Vuurwerk dat is bestemd voor de particulier, werd in het oorspronkelijke Vuurwerkbesluit steeds aangemerkt als consumentenvuurwerk. Als het gaat om vuurwerk dat nu valt in het deel van categorie 2 of categorie 3 dat op grond van de Nederlandse regels professioneel vuurwerk is, of dat valt in categorie 4, is dit vuurwerk onder het gewijzigde besluit professioneel vuurwerk, ook al zou het vuurwerk op grond van uitsluitend de Pyrorichtlijn wel aan de particulier ter beschikking mogen worden gesteld. Omgekeerd werd consumentenvuurwerk dat in het bezit is van een professioneel persoon, in het oorspronkelijke Vuurwerkbesluit aangemerkt als professioneel vuurwerk (zij het dat de regels voor het opslaan van consumentenvuurwerk van toepassing zijn) (zie het voormalige artikel 3.1.4). Als het gaat om vuurwerk dat nu valt in categorie 1 of in het deel van categorie 2 of categorie 3 dat consumentenvuurwerk is, is dit vuurwerk onder het gewijzigde besluit consumentenvuurwerk, ook al bevindt het zich in professionele handen.
§ 11. Gevolgen van de aanpassing van het Vuurwerkbesluit voor de handhaving
§ 15. Notificatie
§ 16. Artikelsgewijze toelichting
bestemmingvan het vuurwerk niet langer bepalend voor de categorisering ervan. Voortaan zijn de kenmerken van het vuurwerk bepalend (zie § 7 van het algemene deel van deze nota van toelichting, onder «Aanpassing van de begripsomschrijving van «consumentenvuurwerk» en «professioneel vuurwerk»», alsmede de artikelsgewijze toelichting bij beide begrippen).
a. te trachten een ander te bewegen om die handelingen te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
b. te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, of
c. voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen.
6. Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder dat het voornemen daartoe met inachtneming van artikel 1.3.2 is gemeld.’
Beoordeling van het middel
NJ2001/498 m.nt. Mevis. In dat arrest stond (eveneens) een begrenzing van de werkingssfeer van een verbodsbepaling inzake vuurwerk ter discussie waar de besluitgever vanuit was gegaan. In dat geval was die begrenzing expliciet in de regelgeving verwerkt. Uw Raad ging daar desalniettemin aan voorbij, met een beroep op de ongerijmdheid van de consequenties van de andere uitleg, door naar voren te halen dat de bescherming van de particuliere gebruiker bij de vaststelling van het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen voorop was gesteld, en door te wijzen op de problemen die de door het middel voorgestelde uitleg bij de strafrechtelijke handhaving zou opleveren. Die argumenten spelen ook bij de regelgeving die in deze zaak aan de orde is een rol.
medericht op de fabrikant, de importeur en de distributeur. Die toelichting brengt niet mee dat de particulier, indien deze zich schuldig maakt aan gedragingen die de fabrikant, de importeur en de distributeur (in beginsel) verboden zijn, vrijuit gaat.