Conclusie
1.Feiten en procesverloop
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische behandelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid in het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid van het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
nietuitgegaan van een periode van twaalf maanden vanaf haar beschikking van 7 januari 2021, noch van een periode van twaalf maanden vanaf haar tussenbeschikking van 24 december 2020.
aansluitendezorgmachtiging wordt verleend voor ten hoogste twaalf maanden, te rekenen vanaf de dag waarop de voorgaande machtiging vervalt. Die uitleg zou wel een wijziging inhouden ten opzichte van de regeling in de vroegere Wet Bopz. Ik breng in herinnering dat onder de Wet Bopz de rechter wel bevoegd, maar niet verplicht was om de exacte datum van het verstrijken van de geldigheidsduur van de machtiging in zijn beschikking te vermelden. [5] Art. 10 lid 4 bepaalde Pro de maximale geldigheidsduur van een voorlopige machtiging
na haar dagtekening. In art. 17 lid 3 bepaalde Pro de Wet Bopz dat een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in art. 15 lid 1 een Pro geldigheidsduur heeft van ten hoogste een jaar
na haar dagtekening(onverminderd het bepaalde in de art. 48 en Pro 49 Wet Bopz). [6]
ten uitvoer wordt gelegd. In de toelichting op het oorspronkelijke wetsvoorstel Wvggz is te lezen dat er niet voor gekozen is, de bestaande zorgmachtiging reeds te laten vervallen op het moment waarop de rechter de nieuwe zorgmachtiging afgeeft: in het toen voorgestelde artikel 6:5 onder Pro d (thans: art. 6:6 onder Pro d) Wvggz is aansluiting gezocht bij het tijdstip waarop de nieuwe machtiging ten uitvoer wordt gelegd. [8]