Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Verklaring van verdachte.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van diefstal met behulp van een valse sleutel en lokaalvredebreuk. Op 30 juli 2018 had verdachte samen met een mededader een bedrag van 1500 euro van het slachtoffer weggenomen door gebruik te maken van diens bankpas en pincode, zonder gerechtigd te zijn tot deze handeling.
De verdachte voerde in hoger beroep een beroep op psychische overmacht aan, stellende dat hij onder bedreiging stond van een derde die hem dwong het geld te pinnen, met dreiging jegens zijn gezin. Het hof verwierp dit verweer omdat het oordeel was dat verdachte redelijkerwijs een andere uitweg had kunnen kiezen, zoals het inschakelen van de politie tijdens het pinnen.
De Hoge Raad toetste dit oordeel en concludeerde dat het hof de feitelijke grondslag van het verweer voldoende aannemelijk had geacht, maar dat het hof ook terecht had geoordeeld dat aan de subsidiariteitseis niet was voldaan. De Hoge Raad vond de motivering van het hof toereikend en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling en de verwerping van het beroep op psychische overmacht definitief bleef staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling en de verwerping van het beroep op psychische overmacht.